C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1289
Boek IV.
§ 1. Wanneer de in paragraaf 2 bepaalde persoonlijke verschijning niet wordt bevolen, verloopt de procedure schriftelijk.
§ 2. De familierechtbank kan steeds de persoonlijke verschijning van de echtgenoten bevelen, hetzij op vraag van de procureur des Konings of van een van de partijen, hetzij ambtshalve. In dit geval, worden de echtgenoten geacht binnen een maand te rekenen van de neerlegging van het verzoekschrift gezamenlijk en persoonlijk te verschijnen voor de familierechtbank. Ze geven de rechtbank hun wil te kennen.
De rechtbank kan in uitzonderlijke omstandigheden een of beide echtgenoten machtigen zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of door een notaris.
§ 3. Ingeval de partijen of één van hen niet in persoon of bij wege van hun vertegenwoordiger indien toepassing gemaakt is van paragraaf 2, tweede lid, op de door de familierechtbank vastgestelde dag verschijnen, verwijst de rechtbank de zaak naar de algemene rol.
§ 4. Wanneer de procedure uitsluitend schriftelijk verloopt, gaat de termijn voor de uitspraak van het vonnis bedoeld in artikel 770, § 1, in:
- op de dag dat de procureur des Konings zijn advies indient, of,
- op de dag dat hij meedeelt dat hij geen advies zal verlenen, of,
- bij het verstrijken van de gestelde termijn waarbinnen het advies moet worden ingediend.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-05-25/02, art. 50, 165; Inwerkingtreding : 01-09-2018>