C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 723
BOEK II. _ GEDING. — HOOFDSTUK IV. _ Dossier van de rechtspleging.
<W 1990-05-03/34, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 1990-07-03>
§ 1. Indien tegen de gewezen beslissing een rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt ingesteld, verzoekt de griffier van deze rechtsmacht, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de griffier die het dossier van de rechtspleging beheert, hem dit binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek mee te delen of hem het beheer ervan over te dragen. De Koning bepaalt op welke wijze het dossier wordt meegedeeld of het beheer ervan wordt overgedragen.
§ 2. De bij akte van gerechtsdeurwaarder ingestelde voorziening tegen een beslissing waarvoor, om gevolg te hebben, binnen een door de wet bepaalde termijn een akte van de burgerlijke stand moet worden opgemaakt of gewijzigd, wordt binnen vijf dagen na de dag waarop de voorziening is ingesteld, bij akte van gerechtsdeurwaarder ter kennis gebracht van de griffier van de rechtsmacht die de bestreden beslissing heeft gewezen, op straffe van verval indien de laattijdige kennisgeving aanleiding gaf tot opmaak of wijziging van de akte van de burgerlijke stand.
§ 3. Van het bij verzoekschrift ingestelde rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt samen met het in paragraaf 1 bedoelde verzoek tot mededeling of overdracht een afschrift meegedeeld aan de griffier die het dossier van de rechtspleging in eerste aanleg beheerde. De griffier maakt op de kant van de beslissing melding van het ingestelde rechtsmiddel.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-06-18/03, art. 70, 167; Inwerkingtreding : 31-03-2019>
- (2)<W 2024-05-15/03, art. 17, 204; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 013
- C.jud. Art. 1