C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 873
TITEL III. _ Tussengeschillen en bewijs. — HOOFDSTUK VIII. _ Bewijs.
De rechtbank of de rechter aan wie een ambtelijke opdracht wordt gericht, is verplicht die te doen uitvoeren.
Evenwel mag de ambtelijke opdracht van een vreemde rechterlijke overheid enkel worden uitgevoerd na machtiging van de minister van Justitie of zijn afgevaardigde, tenzij de internationale verdragen anders bepalen. De voorafgaande machtiging ... is niet vereist wanneer de ambtelijke opdracht is uitgevoerd door de Europese aanklager of de gedelegeerde Europese aanklagers die worden aangewezen overeenkomstig artikel 309/2.
De rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank of de ondernemingsrechtbank waaraan een ambtelijke opdracht wordt gegeven, kan een rechter van gelijke of lagere graad aanwijzen om de bevolen verrichtingen te doen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-04-15/14, art. 252, 163; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
- (2)<W 2021-02-17/04, art. 5, 185; Inwerkingtreding : 24-02-2021>
- (3)<W 2021-11-28/01, art. 25, 188; Inwerkingtreding : 10-12-2021>