C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1386–1675)
C.jud. Art. 1409
Titel Vbis van boek II van het vierde deel, met uitzondering van artikel 1034ter, 3°, en artikel 1034quater, is van — HOOFDSTUK V. - Goederen die niet in beslag kunnen worden genomen.
< KB 2000-12-06/32, art. 1-3, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2001> (Zie NOTA'S onder ARTIKEL) § 1. Bedragen uitgekeerd ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst, een leerovereenkomst, een statuut, een abonnement, alsmede die welke worden uitgekeerd aan personen die tegen loon onder het gezag van een ander persoon arbeid verrichten buiten een arbeidsovereenkomst, [en het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving op de jaarlijkse vakantie] kunnen onbeperkt overgedragen of in beslag genomen worden voor het gedeelte van hun totaal bedrag boven 1.706 euro per kalendermaand. <W 2005-12-27/31, art. 2, 054; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
Het gedeelte van die bedragen boven 1.414 euro en tot ten hoogste 1.560 euro per kalendermaand, kan niet worden overgedragen of in beslag genomen voor meer dan 30 % in totaal, het gedeelte boven 1.560 euro en tot ten hoogste 1.706 euro per kalendermaand, kan niet worden overgedragen of in beslag genomen voor meer dan 40 % in totaal; het gedeelte boven 1.316 euro en tot ten hoogste 1.414 euro per kalendermaand, kan niet worden overgedragen of in beslag genomen voor meer dan een vijfde in totaal.
Het gedeelte van genoemde bedragen dat 1.316 euro per kalendermaand niet te boven gaat, is niet vatbaar voor overdracht of beslag.
[Wanneer personen die inkomsten genieten bedoeld in het eerste lid één of meer kinderen ten laste hebben, wordt het voor beslag of overdracht vatbare bedrag, binnen de grenzen ervan, verminderd met 81 euro per kind ten laste.] De Koning bepaalt [bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad] wat moet verstaan worden onder kind ten laste. <W 2003-12-22/42, art. 377, 044; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2006-07- 20/39, art. 15, 1°, 056; Inwerkingtreding : 30-01-2007; zie ook W 2006-07-20/39, art. 29>
[Hij bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad eveneens de regels voor de bewijsvoering, erin begrepen de bewijskracht en de geldigheidsduur van de bewijzen alsook de regels van rechtspleging. Daartoe kan Hij, tot 31 december 2004, wettelijke bepalingen uitvaardigen en wijzigen, zelfs inzake aangelegenheden die de Grondwet uitdrukkelijk aan de wet voorbehoudt, met uitsluiting van de aangelegenheden waarvoor de meerderheid voorgeschreven in artikel 4, derde lid, van de Grondwet wordt vereist. Vóór 1 januari 2005 dient de Koning bij de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsontwerp in ter bekrachtiging van de besluiten uitgevaardigd krachtens dit lid en die wettelijke bepalingen uitvaardigen of wijzigen. De besluiten die vóór 1 januari 2006 niet worden bekrachtigd hebben geen uitwerking.] <W 2003-12-22/42, art. 377, 044; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
§ 1bis. Inkomsten uit andere activiteiten dan deze bedoeld in § 1, kunnen onbeperkt overgedragen of in beslag genomen worden, voor het gedeelte van hun totaal bedrag boven 1.706 euro per kalendermaand.
Het gedeelte van die bedragen boven 1.414 euro en tot ten hoogste 1.706 euro per kalendermaand, kan niet worden overgedragen of in beslag genomen voor meer dan twee vijfde in totaal; het gedeelte boven 1.316 euro en tot ten hoogste 1.414 euro per kalendermaand, kan niet worden overgedragen of in beslag genomen voor meer dan een vijfde in totaal.
Het gedeelte van die bedragen dat 1.316 euro per kalendermaand niet te boven gaat, is niet vatbaar voor overdracht of beslag.
[Wanneer personen die inkomsten genieten bedoeld in het eerste lid één of meer kinderen ten laste hebben, wordt het voor beslag of overdracht vatbare bedrag, binnen de grenzen ervan, verminderd met 81 euro per kind ten laste.] De Koning bepaalt [bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit] wat moet verstaan worden onder kind ten laste. <W 2003-12-22/42, art. 377, 044; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2006-07-20/39, art. 15, 2°, 056; Inwerkingtreding : 30-01-2007; zie ook W 2006-07-20/39, art. 29>
[Hij bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad eveneens de regels voor de bewijsvoering, erin begrepen de bewijskracht en de geldigheidsduur van de bewijzen alsook de regels van rechtspleging. Daartoe kan Hij, tot 31 december 2004 wettelijke bepalingen uitvaardigen en wijzigen, zelfs inzake aangelegenheden die de Grondwet uitdrukkelijk aan de wet voorbehoudt met uitsluiting van de aangelegenheden waarvoor de meerderheid voorgeschreven in artikel 4, derde lid, van de Grondwet wordt vereist. Voor 1 januari 2005 dient de Koning bij de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsontwerp in ter bekrachtiging van de besluiten uitgevaardigd krachtens dit lid en die wettelijke bepalingen uitvaardigen of wijzigen. De besluiten die voor 1 januari 2006 niet worden bekrachtigd hebben geen uitwerking.] <W 2003-12-22/42, art. 377, 044; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
§ 1ter . De maaltijdcheques bedoeld in artikel 19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders zijn niet vatbaar voor beslag of overdracht indien zij beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 19bis , § § 2 en 3, van hetzelfde koninklijk besluit.
Deze maaltijdcheques vallen niet onder de samenvoeging waarin artikel 1411 voorziet, noch behoren zij tot de uitzonderingen bepaald in artikel 1412.
§ 2. Elk jaar en onverminderd de toepassing van paragraaf 3 past de Koning de in § 1 en § 1bis bepaalde bedragen aan, rekening houdend met de afgevlakte gezondheidsindex van de maand november van elk jaar.
Voor de bedragen vermeld in de eerste drie leden van § 1 en § 1bis is het aanvangsindexcijfer dat van de maand november 2022. Voor het bedrag vermeld in het vierde lid van § 1 en § 1bis is het aanvangsindexcijfer dat van de maand november 2022.
Elke verhoging of verlaging van het indexcijfer brengt een verhoging of verlaging van de bedragen met zich mee, overeenkomstig de volgende formule : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het resultaat wordt afgerond tot op de hogere euro.
Het aldus aangepaste laatste bedrag mag evenwel nooit lager zijn dan het bedrag bepaald bij artikel 14, § 1, eerste lid, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, dat van kracht zal zijn op 1 januari van het jaar volgend op de aanpassing, afgerond tot op de hogere euro.
Voor 31 december van elk jaar, worden de nieuwe bedragen bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Zij worden van kracht vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun aanpassing.
§ 2bis. De Koning verricht de in paragraaf 2 bedoelde aanpassing eveneens indien de stijging of daling van het indexcijfer in de loop van het jaar meer dan 5 % bedraagt ten opzichte van de laatste aanpassing.
De nieuwe bedragen worden bekendgemaakt binnen de maand die volgt op de verhoging of verlaging. Ze treden in werking vanaf de eerste dag van de maand na die waarin ze zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
§ 3. De Koning kan bovendien de in § 1 en § 1bis bepaalde bedragen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aanpassen, rekening houdend met de economische toestand.
De nieuwe bedragen treden in werking vanaf de eerste dag van de maand na die waarin ze zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treden uit werking op de door de Koning bepaalde datum of, bij gebreke daarvan, op 31 december van het jaar van hun inwerkingtreding en uiterlijk één jaar na hun inwerkingtreding.
Tijdens de laatste maand waarin zij van kracht zijn, verricht de Koning de in paragraaf 2 of in deze paragraaf bedoelde aanpassing. Indien de aanpassing geschiedt op basis van paragraaf 2, houdt hij rekening met het indexcijfer van de maand die aan de aanpassing voorafgaat. De nieuwe bedragen treden in werking op de eerste dag van de maand die volgt op hun aanpassing.
(NOTA 1 : Aanpassing der bedragen.
Voor de aanpassingen van de bedragen 27 000 F, 29 000 F en 35 000 F vóór 01-01-2001, zie gearchiveerde versie 035. Het bedrag 32.000 F werd niet vóór 01-01-2001 aangepast ; zie B.S. 20-10-2000, p. 35374.
De bedragen 27.000 F, 29.000 F, 32.000 F, 35.000 F en 2.000 F worden respetievelijk
vanaf 01-01-2001 : 33.400 F = 827,96 EUR, 35.800 F = 887,46 EUR, 39.500 F = 979,18 EUR, 43.200 F = 1070,90 EUR en 2.100 F = 52,06 EUR; KB 2000-12-06/32, art. 1-3; Inwerkingtreding : 01-01-2001; VARIA 2000- 12-16/31, art. M.
Andere aanpassingen van bedragen vermeld in artikel 1409 :
<2001-12-07/31, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
<2002-12-10/33, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
<2003-12-04/30, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
<2004-12-09/30, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
<2005-12-07/32, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
<2006-12-05/31, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
<KB 2007-12-11/30, art. 1 tot 3; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
<KB 2008-12-08/30, art. 1 tot 3, Inwerkingtreding : 01-01-2009>
<KB 2009-12-03/14, art. 1 tot 3, 067; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
<KB 2010-12-08/02, art. 1 et 2; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
<KB 2011-12-12/07, art. 1, 2 en 3, 073; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
<KB 2012-12-13/01, art. 1, 2 en 3, 075; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
<KB 2013-12-15/28, art. 1 en 2, 078; Inwerkingtreding : 01-01-2014> )
<KB 2015-12-14/03, art. 1 en 2, 092; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
<KB 2016-12-11/02, art. 1, 2 en 3, 098; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
<KB 2017-12-17/14, art. 1-3, 101; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
<KB 2018-12-16/06, art. 1-3, 111; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
<KB 2019-12-09/04, art. 1-3, 121; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
<W 2020-12-20/02, art. 6, 124; Inwerkingtreding : 24-12-2020; Opheffing : 31-03-2021>
<KB 2021-12-17/06, art. 1-3, 127; Inwerkingtreding : 03-01-2022>
<KB 2023-12-12/05, art. 1, 136; Inwerkingtreding : 28-12-2023>
<KB 2024-12-05/09, art. 1, 140; Inwerkingtreding : 23-12-2024>
<KB 2025-12-03/02, art. 1-2, 146; Inwerkingtreding : 01-01-2026>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2009-05-06/03, art. 12, 065; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
- (2)<W 2023-12-19/05, art. 57, 134; Inwerkingtreding : 06-01-2024>
- (3)<W 2026-02-08/04, art. 55, 147; Inwerkingtreding : 26-02-2026>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 044
- C.jud. Art. 054
- C.jud. Art. 056
- C.jud. Art. 073
- C.jud. Art. 075
- C.jud. Art. 078
- C.jud. Art. 092
- C.jud. Art. 098
- C.jud. Art. 1
- C.jud. Art. 101
- C.jud. Art. 111
- C.jud. Art. 121
- C.jud. Art. 124
- C.jud. Art. 127
- C.jud. Art. 136
- C.jud. Art. 14
- C.jud. Art. 140
- C.jud. Art. 1411
- C.jud. Art. 1412
- C.jud. Art. 146
- C.jud. Art. 15
- C.jud. Art. 19bis
- C.jud. Art. 2
- C.jud. Art. 29
- C.jud. Art. 3
- C.jud. Art. 377
- C.jud. Art. 6
- Const. Art. 4