C. nationalité · 28 JUNI 1984. - Wetboek van de Belgische nationaliteit
C. nationalité Art. 26
HOOFDSTUK VII. - OVERGANGSBEPALINGEN.
§ 1. De bepalingen van de artikelen 10, 12, 13, 15 tot 17 en 22, eerste en tweede lid, en 25 van de wetten op de verkrijging, het verlies en de herkrijging van de nationaliteit, gecoördineerd op 14 december 1932 en gewijzigd bij de wetten van 21 mei 1951, 22 december 1961, 17 maart 1964, 2 april 1965 en 10 oktober 1967, blijven van toepassing op de verklaringen die zijn afgelegd met het oog op de verkrijging of de herkrijging van de Belgische nationaliteit alsmede op de verzoeken om naturalisatie die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit Wetboek.
§ 2. In afwijking van § 1, is de openbaarmaking, door aanplakking en inlassing in een dagblad, van de verklaringen tot verkrijging of herkrijging van de Belgische nationaliteit of van de verzoeken om naturalisatie niet meer vereist.
§ 3. De naturalisaties verleend op verzoeken die vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek zijn ingediend blijven onderworpen aan de vroeger toepasselijke bepalingen van de artikelen 238, 239, 241 tot 243, 245 en 246 van het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939, houdende het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, bevestigd door de wet van 16 juni 1947, gewijzigd bij de wetten van 14 augustus 1947, 28 februari 1962 en 17 maart 1964.
(§ 4. Verzoeken om grote of gewone naturalisatie die vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek zijn ingediend op grond van de artikelen 12 en 13 van de wetten op de verkrijging, het verlies en de herkrijging van de nationaliteit, gecoördineerd op 14 december 1932 en gewijzigd bij de wetten van 21 mei 1951, 22 december 1961, 17 maart 1964, 2 april 1965 en 10 oktober 1967, worden geacht verzoeken om naturalisatie te betreffen.
§ 5. Hetzelfde geldt voor verzoeken om gewone of grote naturalisatie, die vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 augustus 1993 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de wetten betreffende de naturalisatie werden ingediend op grond van de vroeger toepasselijke bepalingen van de artikelen 19 en 20 van dit Wetboek.
§ 6. De aanvragen om grote naturalisatie die vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 augustus 1993 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de wetten betreffende de naturalisatie werden ingediend door de aanvragers, die de Belgische nationaliteit bezaten als gevolg van gewone naturalisatie of een verklaring afgelegd krachtens artikel 16 van dit Wetboek, of door een vrouw die op grond van de vroeger toepasselijke wetsbepalingen Belg is geworden bij haar huwelijk met een Belg of als gevolg van de verkrijging of herkrijging van de Belgische nationaliteit door haar man, vervallen.
Het door de aanvrager gekweten registratierecht wordt terugbetaald mits een verklaring wordt voorgelegd, afgeleverd door de Minister van Justitie, waarin wordt bevestigd dat het verzoek om naturalisatie vervallen is.
§ 7. Verklaringen die vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 augustus 1993 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit en van de wetten betreffende de naturalisatie werden afgelegd op grond van de vroeger toepasselijke bepaling van artikel 16, § 2, van dit Wetboek blijven onderworpen aan die bepaling.) <W 1993-08-06/35, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 03-10-1993>
(§ 8. De verzoeken om naturalisatie die vóór de inwerkingtreding van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit zijn ingediend op grond van de vroeger toepasselijke bepaling van artikel 21 van dit Wetboek blijven onderworpen aan die bepaling.
§ 9. De verklaringen die afgelegd zijn vóór de inwerkingtreding van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit op grond van de vroeger toepasselijke bepalingen van de artikelen 11bis, 12bis en 15 van dit Wetboek blijven onderworpen aan die bepalingen.
§ 10. De verzoeken om naturalisatie die vóór de inwerkingtreding van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit zijn ingediend, blijven onderworpen aan de vroeger toepasselijke bepalingen van de artikelen 238, 240, 240bis, 241 en 244, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.) <W 2000-03-01/49, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2000>
Verwijst naar
- C. nationalité Art. 004
- C. nationalité Art. 007
- C. nationalité Art. 11bis
- C. nationalité Art. 12
- C. nationalité Art. 12bis
- C. nationalité Art. 13
- C. nationalité Art. 15
- C. nationalité Art. 16
- C. nationalité Art. 17
- C. nationalité Art. 19
- C. nationalité Art. 20
- C. nationalité Art. 21
- C. nationalité Art. 238
- C. nationalité Art. 240
- C. nationalité Art. 240bis
- C. nationalité Art. 241
- C. nationalité Art. 244