C. nationalité · 28 JUNI 1984. - Wetboek van de Belgische nationaliteit
C. nationalité Art. 21
HOOFDSTUK III. - VERKRIJGING VAN DE BELGISCHE NATIONALITEIT. — Afdeling 3.]1 - (vroeger afdeling 5) Verkrijging van de Belgische nationaliteit door naturalisatie. <W 1991-06-
§ 1. Het verzoek om naturalisatie wordt gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de belanghebbende zijn hoofdverblijfplaats heeft of aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
De aanvraagformulieren, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald op voordracht van de minister van Justitie, kunnen worden bekomen bij ieder gemeentebestuur.
De Koning bepaalt, op voordracht van de minister van Justitie, welke akten en stavingsstukken bij het verzoek moeten worden gevoegd om te bewijzen dat voldaan is aan de voorwaarden vermeld in artikel 19. De verzoeker kan alle bijkomende documenten, die hij nuttig acht ter staving van zijn aanvraag, bij zijn verzoek voegen.
Het aanvraagformulier wordt door de aanvrager ondertekend. De handtekening wordt voorafgegaan door de volgende, door de aanvrager met de hand geschreven vermelding :
" Ik verklaar Belgisch staatsburger te willen worden en de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te zullen naleven ".
§ 2. Indien de schrijfwijze van de naam of voornaam van de vreemdeling niet identiek is in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister, strafregister of de voorgelegde documenten, dan wordt de aanvraag opgeschort totdat de schrijfwijze in alle registers en documenten gelijk is gemaakt.
Indien de vreemdeling geen naam of voornaam heeft, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers de vreemdeling voor kosteloos een procedure in te stellen overeenkomstig de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, in welk geval de aanvraag wordt opgeschort totdat de vreemdeling een naam en voornaam heeft bekomen.
§ 3. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers levert een ontvangstbewijs van het naturalisatieverzoek af wanneer het dossier volledig werd bevonden en het registratierecht bepaald bij artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, werd voldaan.
§ 4. Het verzoek om naturalisatie vervalt wanneer na de indiening ervan de belanghebbende ophoudt wettelijk in België te verblijven, of zijn hoofdverblijf in België te hebben.
§ 5. Indien het verzoek tot naturalisatie gericht is aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, zendt deze dit verzoek, alsook de stukken bedoeld in § 1, derde lid, die hem zijn toegezonden, over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het verzoek.
De Kamer van volksvertegenwoordigers levert aan de belanghebbende een ontvangstbewijs af dat bevestigt dat het aanvraagdossier volledig is. Uiterlijk binnen vijf werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoek tot naturalisatie, wordt een afschrift hiervan, samen met een afschrift van het ontvangstbewijs, overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers aan het parket van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdverblijfplaats van de verzoeker, aan de dienst Vreemdelingenzaken en aan de Veiligheid van de Staat, met het oog op het verstrekken van een advies binnen een termijn van vier maanden met betrekking tot de in artikel 19 gestelde vereisten en de in artikel 15, § 3, bedoelde omstandigheden, alsook met betrekking tot ieder gegeven waarover de Kamer wenst te worden ingelicht. De procureur des Konings, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat geven hiervan onverwijld ontvangstmelding.
Indien de overzending van het naturalisatieverzoek door de Kamer van volksvertegenwoordigers niet gebeurt binnen de in het tweede lid voorgeschreven termijn en indien ze plaatsheeft in de loop van de laatste maand van de termijn, wordt deze van ambtswege verlengd met een maand te rekenen van de overzending aan de drie instanties bedoeld in het tweede lid.
Het advies wordt geacht gunstig te zijn indien geen opmerkingen gemaakt zijn door het parket, de Dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat binnen een termijn van vier maanden, desgevallend verlengd overeenkomstig het derde lid, te rekenen van de indiening van een volledig aanvraagdossier bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.
De Kamer van volksvertegenwoordigers beslist over het verlenen van de naturalisatie op de wijze bepaald in haar reglement. Integratie en kennis van één van de drie landstalen zijn hierbij belangrijke elementen die worden uitgewerkt door de commissie voor de Naturalisaties in haar reglement.
§ 6. De akte van naturalisatie aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en bekrachtigd door de Koning op voordracht van de minister van Justitie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Deze akte heeft uitwerking te rekenen van de dag van die bekendmaking.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2012-12-04/04, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
Verwijst naar
- C. nationalité Art. 15
- C. nationalité Art. 19
- C. nationalité Art. 238