Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. nationalité · 28 JUNI 1984. - Wetboek van de Belgische nationaliteit

C. nationalité Art. 8

HOOFDSTUK II. - TOEKENNING VAN DE BELGISCHE NATIONALITEIT. — Afdeling 1. - Toekenning van de Belgische nationaliteit op grond van de nationaliteit van de vader of van de

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Belg zijn :

1° het kind geboren in België uit een Belgische ouder;

2° het kind geboren in het buitenland :

a) uit een Belgische ouder geboren in België of in gebieden onder Belgische soevereiniteit of onder Belgisch bestuur;

b) uit een Belgische ouder die, binnen een termijn van vijf jaar na de geboorte, een verklaring heeft afgelegd waarin hij verzoekt om toekenning van de Belgische nationaliteit aan zijn kind;

c) uit een Belgische ouder, op voorwaarde dat het kind geen andere nationaliteit bezit of behoudt tot de leeftijd van achttien jaar of zijn ontvoogding voor die leeftijd.

De verklaring bedoeld in het eerste lid, 2°, b, wordt afgelegd, en op basis ervan wordt een akte van nationaliteit opgesteld, overeenkomstig artikel 22, § 4.

De verklaring heeft gevolg vanaf de opmaak van de akte van nationaliteit.

Diegene aan wie de Belgische nationaliteit krachtens het eerste lid, 2°, c, is toegekend, behoudt die nationaliteit zolang niet is aangetoond, voordat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of ontvoogd is voor die leeftijd, dat hij een vreemde nationaliteit bezit.

§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 dient de ouder de Belgische nationaliteit te bezitten op de geboortedag van het kind of, indien hij overleden is voor deze geboorte, op de dag van zijn overlijden.

§ 3. De afstamming vastgesteld ten aanzien van een Belgische ouder na de datum van het vonnis of het arrest dat de adoptie homologeert of uitspreekt, verleent de Belgische nationaliteit maar aan het kind, indien die afstamming wordt vastgesteld ten aanzien van de adoptant of diens echtgenoot.

§ 4. De persoon aan wie de Belgische nationaliteit van zijn ouder is toegekend, behoudt die nationaliteit wanneer zijn afstamming niet langer vaststaat nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of ontvoogd is voor die leeftijd. Indien zijn afstamming niet langer blijkt vast te staan voor de leeftijd van achttien jaar of de ontvoogding voor die leeftijd, kunnen de handelingen die zijn aangegaan toen de afstamming nog vaststond en voor de geldigheid waarvan de staat van Belg vereist was, niet worden betwist enkel en alleen omdat de belanghebbende die nationaliteit niet bezat. Hetzelfde geldt voor de rechten welke zijn verkregen voor die datum.

(NOTA : bij arrest nr. 77/2024 van 04-07-2024 (2024-07-04/08, B.St. 24-07-2024, p. 88089), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 8, § 4, vernietigt, zoals het van toepassing was tot de inwerkingtreding van de artikelen 165 en 166 van de wet van 28 maart 2024 « houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen Ibis », in zoverre het niet voorziet in een mogelijkheid voor een niet-ontvoogde minderjarige die van rechtswege de Belgische nationaliteit heeft verloren omdat de afstamming op grond waarvan die nationaliteit werd toegekend niet langer vaststaat, om een rechterlijke instantie te verzoeken dat verlies met terugwerkende kracht ongedaan te maken, wanneer de concrete gevolgen ervan buitensporig zijn.)----------

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2018-06-18/03, art. 91, 017; Inwerkingtreding : 31-03-2019>