Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 50
Afdeling I. - [1 Algemene bepalingen.]1 — Onderafdeling 3. [1 - Bevordering door verhoging in de graden van directeur, adviseur en fiscale ontvanger.]1
§ 1. De ambtenaar van niveau A die aan de volgende voorwaarden voldoet, kan door de Regering bevorderd worden tot de graad van directeur :
1° vijf jaar niveauanciënniteit hebben;
2° aantonen dat de evaluatie positief is;
3° niet het voorwerp zijn van een niet geschrapte en definitieve disciplinaire maatregel;
4° ...
§ 2. Het Directiecomité van het Directoraat-generaal waaronder de in te vullen betrekking ressorteert, bepaalt , na het horen van de kandidaten, op grond met name van de functie-omschrijving en van de visie van de kandidaat over de uitoefening van de aan de betrekking gebonden opdracht, een voorlopig voorstel voor rangschikking van de kandidaten die geacht worden geschikt te zijn :
1° voor de mutatie, de reaffectatie voor de verandering van graad of de bevordering door verhoging in graad;
2° voor de interne of externe mobiliteit.
Het Directiecomité stelt slechts een voorstel volgens de in het eerste lid, 2°, bepaalde wijzen vast in afwezigheid van elke kandidatuur voor de toekenning van de betrekking volgens de wijzen bepaald in het eerste lid, 1°, of als de overheid beslist die betrekking aan geen enkele kandidaat toe te kennen.
§ 3. Het voorlopige voorstel tot rangschikking of niet-rangschikking is gemotiveerd en wordt aan de kandidaten medegedeeld.
Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de mededeling zijn opmerkingen laten geworden of een bezwaar indienen bij de voorzitter van het Directiecomité. Het Directiecomité beslist over het bezwaar binnen twee maanden na ontvangst ervan, na de bezwaarindiener te hebben gehoord indien laatstgenoemde dat wenst. De bezwaarindiener mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
Van de met redenen omklede beslissing van het Directiecomité over de opmerkingen of het bezwaarschrift wordt kennis gegeven aan degene die zijn opmerkingen heeft laten geworden of een bezwaarschrift heeft ingediend.
In geval van wijziging van het voorlopige voorstel is het definitieve voorstel gemotiveerd en wordt het aan alle kandidaten medegedeeld. ...
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2009-03-27/47, art. 25, 024; Inwerkingtreding : 01-05-2009>
- (2)<BWG 2012-10-18/04, art. 7, 032; Inwerkingtreding : 01-11-2012>
- (3)<BWG 2014-05-15/49, art. 7, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (4)<BWG 2016-04-21/11, art. 2, 059; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (5)<BWG 2023-10-12/24, art. 1, 085; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- Art. 50/1. [1§ 1. De bevordering tot de graad van directeur wordt gevolgd door een proefperiode, waarna de bevorderde ambtenaar bij een ongunstige
- evaluatie naar zijn vorige graad wordt gedegradeerd.
- De in zijn vorige graad herstelde ambtenaar, wordt gereaffecteerd.
- De ambtenaar met een gunstige evaluatie wordt van rechtswege bevorderd.
- § 2. De proefperiode duurt een jaar.
- In afwijking van artikel 144 is de voorbehouden evaluatie niet van toepassing; er wordt alleen een gunstige of ongunstige evaluatie toegekend.
- In afwijking van artikel 145 zijn het principe van een onderhoud om de twee jaar en het principe van het wachten op de periode van 15 september tot 15
- december voor de evaluatie niet van toepassing.
- In afwijking van artikel 151 geeft een ongunstige evaluatie geen aanleiding tot een tussentijdse evaluatie.
- De in aanmerking te nemen evaluatie is de definitief toegekende evaluatie, in voorkomend geval na advies of beslissing van de kamer van beroep
- overeenkomstig artikel 150. Bij een beroep bij de kamer van beroep wordt de proefperiode verlengd met de tijd die nodig is om de overheid in staat te stellen
- een beslissing te nemen binnen de in artikel 150, tweede lid, en artikel 200, lid 2, vierde lid, vastgestelde termijnen.
- § 3. Dit artikel is eveneens van toepassing op de ambtenaar die door verandering van graad de graad van directeur krijgt.
- § 4. Voor de ambtenaar die voor het verstrijken van de proefperiode door interne mobiliteit een andere functie als directeur krijgt toegewezen, wiens functie
- wordt ingetrokken of wiens functie wordt afgeschaft en die in een andere functie van directeur wordt gereaffecteerd, geldt een nieuwe proeftijd van een jaar.
- Bij herplaatsing in de vorige graad wordt onder vorige graad verstaan de graad die de ambtenaar bekleedde voor zijn bevordering tot de graad van directeur.
- § 5. Dit artikel is niet van toepassing op ambtenaren die voor de inwerkingtreding van dit artikel zijn bevorderd.]1
- (1)<Ingevoegd bij BWG 2023-10-12/24, art. 2, 085; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- Art. 51.[1 [2 De directeur kan op eigen verzoek worden benoemd]2 tot de graad van adviseur voor zover hij vijftien jaar ranganciënniteit heeft en voor zover
- hij de in [3 artikel 50, § 1, 2° en 3°]3 bedoelde voorwaarden vervult. De voorwaarde betreffende de ranganciënniteit wordt evenwel niet meer vereist voor de
- directeur die minstens vijfenvijftig jaar oud is.]1
- (1)<BWG 2009-03-27/47, art. 25, 024; Inwerkingtreding : 01-05-2009>
- (2)<BWG 2014-05-15/49, art. 8, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (3)<BWG 2016-04-21/11, art. 3, 059; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- Art. 52.
- <Opgeheven bij BWG 2026-07-16/26, art. 61, 097; Inwerkingtreding : 20-08-2026>
- Art. 52bis.[1 Door verhoging in graad tot de graad van adviseur kan worden bevorderd de ambtenaar van niveau A die aan volgende voorwaarden voldoet:
- 1° [3 vijf]3 jaar niveauanciënniteit;
- 2° een gunstige beoordeling;
- 3° elke afwezigheid van niet-geschrapte tuchtstraf.
- De procedure bedoeld in artikel 50, § 2 [2 en § 3]2 is van toepassing.]1
- (1)<Ingevoegd bij BWG 2014-05-15/49, art. 10, 054; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (2)<BWG 2017-05-24/12, art. 9, 064; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
- (3)<BWG 2023-10-12/24, art. 3, 085; Inwerkingtreding : 01-01-2024>