CODIP · 16 JULI 2004. - Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht
CODIP Art. 138
HOOFDSTUK XIII. - Slotbepalingen. — Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen.
In artikel 3 van de wet van 8 augustus 1997 inzake het faillissement, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. Het eerste lid wordt vervangen als volgt :
" § 1. Wordt een territoriale insolventieprocedure geopend krachtens artikel 3, § 2, van verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures of krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, dan wordt de staat van faillissement van de vestiging beoordeeld los van de hoedanigheid van koopman van de schuldenaar en van de staat van zijn vestigingen in het buitenland gelegen.
Wordt een territoriale insolventieprocedure geopend krachtens artikel 3, § 3, van de genoemde verordening of krachtens artikel 118, § 1, tweede lid, 2°, van de genoemde wet, als gevolg van de erkenning van een buitenlandse rechterlijke beslissing om een hoofdprocedure te openen, dan geschiedt de faillietverklaring zonder dat de staat van schuldenaar op enigerlei wijze wordt onderzocht. "
B. Het tweede lid wordt § 2.