CODIP · 16 JULI 2004. - Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht
CODIP Art. 139
HOOFDSTUK XIII. - Slotbepalingen. — Afdeling 3. - Opheffingsbepalingen.
Volgende bepalingen worden opgeheven :
1° de artikelen 3, 15 en 47 van het Burgerlijk Wetboek;
2° artikel 170 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 juli 1931, 1 maart 2000 en 13 februari 2003;
3° artikel 170ter van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 juli 1931;
4° artikel 171 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 12 juli 1931 en gewijzigd bij de wet van 13 februari 2003;
5° artikel 359-5 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003;
6° artikel 912 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 december 1980;
7° artikel 999 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 15 december 1949 en van 29 juli 1971;
8° de artikelen 586, 2° en 3°, 635, 636 en 638 van het Gerechtelijk Wetboek;
9° de wet van 27 juni 1960 op de toelaatbaarheid van de echtscheiding wanneer ten minste één van de echtgenoten een vreemdeling is;
10° artikel 56 van de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschapsrecht;
11° artikel 145 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
12° artikel 24, § 1, van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.