Code wallon de l'environnement - Partie décrétale 04-05-2005 Art. D28-19
TITEL II/1. [1 - Erkenning en structurele subsidiëring van de milieuverenigingen.]1 — HOOFDSTUK VII. [1 - Financiering van de milieuverenigingen]1
§ 1. De Regering of haar afgevaardigde stort jaarlijks fondsvoorschotten uit de afdeling "Financiering van de milieuverenigingen" van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds of uit de algemene uitgavenbegroting, aan de aanvrager die de volgende voorwaarden vervult:
1° krachtens artikel D.28-9 als milieuvereniging erkend worden;
2° via een raamverdrag, een milieuovereenkomst met het Waalse Gewest gebonden zijn of minstens een principieel akkoord gegeven door de Minister van Leefmilieu genieten voor een toelage op milieugebied en dat het kalenderjaar waarin het voorschot wordt gestort, dekt;
3° geen partij zijn bij een geschilprocedure die kan leiden tot de storting van de door het Waalse Gewest toegekende subsidie of tot de toekenning van het bedrag ervan aan een derde;
4° niet getroffen zijn door een procedure inzake schorsing of door een werkelijke beslissing tot schorsing van zijn overeenkomst;
5° op zijn erewoord verklaren dat hij aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 3° en 4° voldoet bij de indiening van de aanvraag;
6° uiterlijk voor 15 november van het jaar dat aan het lopende jaar voorafgaat, een vereffeningsaanvraag via fondsvoorschotten ingediend hebben bij het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;
7° de attesten van de sociale en fiscale administraties hebben overgelegd waarbij vermeld wordt dat de operator in orde is met de betaling van de RSZ-bijdragen, van alle schulden ten opzichte van het bestuur van de fiscaliteit van de ondernemingen en inkomsten, alsook, in voorkomend geval, van de BTW.
Voor de toepassing van § 1, wordt onder werkdag verstaan, de dag die geen zaterdag, zondag of feestdag is.
Het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst gaat na of die voorwaarden worden nageleefd.
Voor het voorschot mag niet in aanmerking komen, de aanvrager die de in § 1 vermelde voorwaarden niet meer vervult na de indiening van de aanvraag bedoeld in § 1, eerste lid, 6°.
§ 2. De Minister van Leefmilieu deelt uiterlijk op één december die aan de storting voorafgaat, op basis van een gedetailleerde lijst, de namen van de rechthebbenden op het voorschot en het bedrag ervan voor elk van hen aan de administratie mede.
De Minister van Leefmilieu identificeert vóór de storting van het voorschot elke op bovenvermelde lijst opgenomen persoon die de in § 1 bedoelde voorwaarden niet meer vervult.
§ 3. De door de afdeling toegekende voorschotten dekken 80 % van de onvoorwaardelijke jaarlijkse schijf van de subsidie van het Waalse Gewest, die de aanvrager ontvangt voor het begrotingsjaar waarin het voorschot wordt toegekend. In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld milieubeschermingsfonds, worden voorschotten toegekend binnen de grenzen van de uit dat fonds beschikbare kredieten.
§ 4. In geval van gebruik van het in artikel D.170 bedoeld Milieubeschermingsfonds, het Waalse Gewest verricht uiterlijk op 31 december van het jaar waarin het voorschot werd uitbetaald, de terugbetaling van het voorschot toegekend aan de gerechtigden die aan hem zijn gemeld, door middel van de subsidie die de gerechtigde toekomt ten gevolge van de administratieve en begrotingscontrole en door de aanrekening van het bedrag van het voorschot op de algemene uitgavenbegroting.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DWG 2018-07-17/04, art. 36, 035; Inwerkingtreding : 18-10-2018>
- (2)<DWG 2020-12-17/52, art. 110, 042; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (3)<DWG 2022-12-21/67, art. 108, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
- Art. D28-19 TOEKOMSTIG RECHT.
- [1 § 1. [3 De Regering stort maximum 80 % van de onvoorwaardelijke jaarlijkse schijf van de subsidie op de
- vijfde werkdag van de maand januari aan de aanvrager die aan de volgende voorwaarden voldoet : ]3
- 1° krachtens artikel D.28-9 als milieuvereniging erkend worden;
- 2° via een raamverdrag, een milieuovereenkomst met het Waalse Gewest gebonden zijn of minstens een
- principieel akkoord gegeven door de Minister van Leefmilieu genieten voor een toelage op milieugebied en dat het
- kalenderjaar waarin het voorschot wordt gestort, dekt;
- 3° geen partij zijn bij een geschilprocedure die kan leiden tot de storting van de door het Waalse Gewest
- toegekende subsidie of tot de toekenning van het bedrag ervan aan een derde;
- 4° niet getroffen zijn door een procedure inzake schorsing of door een werkelijke beslissing tot schorsing van
- zijn overeenkomst;
- 5° op zijn erewoord verklaren dat hij aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 3° en 4° voldoet bij de
- indiening van de aanvraag;
- 6° uiterlijk voor 15 november van het jaar dat aan het lopende jaar voorafgaat, een vereffeningsaanvraag via
- fondsvoorschotten ingediend hebben bij het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke
- Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;
- 7° de attesten van de sociale en fiscale administraties hebben overgelegd waarbij vermeld wordt dat de
- operator in orde is met de betaling van de RSZ-bijdragen, van alle schulden ten opzichte van het bestuur van de
- fiscaliteit van de ondernemingen en inkomsten, alsook, in voorkomend geval, van de BTW.
- Voor de toepassing van § 1, wordt onder werkdag verstaan, de dag die geen zaterdag, zondag of feestdag is.
- Het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse
- Overheidsdienst gaat na of die voorwaarden worden nageleefd.
- Voor het voorschot mag niet in aanmerking komen, de aanvrager die de in § 1 vermelde voorwaarden niet
- meer vervult na de indiening van de aanvraag bedoeld in § 1, eerste lid, 6°.
- § 2. De Minister van Leefmilieu deelt uiterlijk op één december die aan de storting voorafgaat, op basis van een
- gedetailleerde lijst, de namen van de rechthebbenden op het voorschot en het bedrag ervan voor elk van hen
- aan de administratie mede.
- De Minister van Leefmilieu identificeert vóór de storting van het voorschot elke op bovenvermelde lijst
- opgenomen persoon die de in § 1 bedoelde voorwaarden niet meer vervult.
- § 3. [3 ...]3
- § 4. [3 ...]3]1
- (1)<Ingevoegd bij DWG 2018-07-17/04, art. 36, 035; Inwerkingtreding : 18-10-2018>
- (2)<DWG 2020-12-17/52, art. 110, 042; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (3)<DWG 2019-05-06/14, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 01-07-2022>