Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L1232-2
Afdeling 2. - [1 Begraafplaatsen]1 — Onderafdeling 1. - [1 Gemeentelijke of intergemeentelijke begraafplaatsen en crematoria]1
§ 1. Elke gemeente beschikt over minstens een traditionele begraafplaats. Verschillende gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om een intergemeentelijke begraafplaats te delen. Er kan een asbegraafplaats opgericht worden.
Enkel een openbare beheerder kan een crematorium rechtstreeks of in het kader van een openbaar-privaat partnerschap oprichten, uitbaten en beheren.
Elke openbare beheerder houdt een register van de begraafplaatsen waarin alle verrichtingen bepaald bij of krachtens dit decreet worden opgenomen.
De Regering bepaalt het model en de inhoud van het register van de begraafplaatsen.
§ 2. De openbare beheerder behoudt de controle inzake oprichting, uitbating en beheer van de crematoria ongeacht de gebruikte wijze van contractueel of institutioneel partnerschap. In dit laatste geval beschikt de openbare beheerder over het voorzitterschap en over de meerderheid van de mandaten binnen de beheersorganen, aangezien laatstgenoemden slechts kunnen beraadslagen als de openbare vertegenwoordigers onder de aanwezige mandatarissen in de meerderheid zijn.
§ 3. Elk crematorium beschikt over een perceel voor de inhumatie van de asurnen, over een asweide en over een columbarium.
Elke begraafplaats, traditioneel dan wel asbegraafplaats, beschikt over een perceel voor de begraving van de asurnen, over een asweide en over een doodsbeenderhuisje. De openbare beheerder zorgt voor hun onderhoud.
In afwijking van het eerste en van het tweede lid, kunnen de gemeente en de beheerder van een crematorium met aangrenzende begraafplaatsen, een overeenkomst sluiten betreffende het gezamenlijk gebruik van het urnenveld, de strooiweide en het columbarium.
Onverminderd de voorgaande leden kan op bestaande particuliere begraafplaatsen als bedoeld in artikel L1232-18 een columbarium worden ingericht,
§ 2. Het onderhoud van het columbarium op een dergelijke begraafplaats valt onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de begraafplaats. Onder dat voorbehoud, ongeacht of het een traditionele begraafplaats, een asbegraafplaats of een privé-begraafplaats betreft, kan enkel een publieke beheerder een columbarium beheren.
Het in het eerste tot en met derde lid bedoelde grafveld bestaat uit een gedeelte voor ingegraven bijzetting en een gedeelte voor bijzetting in urnenkelders.
§ 4. De openbare beheerder richt een stille kinderweide in, waarbinnen standplaatsen kosteloos worden toegekend voor een periode van dertig jaar, met de mogelijkheid van opeenvolgende verlengingen voor dezelfde periode, onder de voorwaarden van de artikelen L1232-7, L1232-8, §§ 2 en 3, L1232-9, lid 1, L1232-11, L1232- 12 en L1232-12/1 die mutatis mutandis van toepassing zijn. Als uitzondering op artikel L1232-12, § 2, is aanplakking wegens ontbrekend onderhoud alleen toegestaan ten minste een jaar voor de afloop van de concessie of de verlenging ervan.
...
De openbare beheerder bewaart het e-mailadres en het adres van de woonplaats van de persoon die de grafaanvraag ingediend heeft.
...
De openbare beheerder kan eveneens een perceel inrichten voor het naleven van het ceremonieel van begrafenissen en lijkvorming van de erediensten en van de niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties. De beslissing om begraven te worden in een aldus opgericht perceel vloeit voort uit de enigeuitdrukkelijke wilsuiting ofwel, door de overledene, ofwel door de persoon gekwalificeerd om voor de uitvaart in te staan.
De in deze paragraaf bedoelde percelen worden in de begraafplaats opgenomen; er mag geen fysieke scheiding tussen hen en de rest van de begraafplaats bestaan.
Elke begraving of crematie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van dit decreet.
§ 5. Behalve toekenning van een concessie de begraving of asverstrooiing is kosteloos voor behoeftigen voor de personen opgenomen in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van de gemeente.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2009-03-06/33, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 01-02-2010>
- (2)<DWG 2014-01-23/15, art. 3, 045; Inwerkingtreding : 21-02-2014>
- (3)<DWG 2019-02-14/11, art. 2, 083; Inwerkingtreding : 15-04-2019>
- (4)<DWG 2024-04-11/10, art. 2, 116; Inwerkingtreding : 01-09-2024>