Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L1523-13
Afdeling 2. - [1 Organen van de intercommunale]1 — Onderafdeling 2. - [1 Algemene vergadering]1
§ 1. Jaarlijks moeten, na bijeenroeping door de raad van bestuur, ten minste twee algemene vergaderingen op de bij de statuten bepaalde wijze worden gehouden.
Overigens moet de algemene vergadering in buitengewone zitting worden bijeengeroepen op verzoek van één derde van de leden van de raad van bestuur, van vennoten die minstens één vijfde van het kapitaal vertegenwoordigen of van het college van commissarissen.
De oproepingen voor iedere algemene vergadering bevatten de agenda, evenals een synthesenota en een voorstel tot beslissing voor elk agendapunt, samen met alle dienovereenkomstige stukken. Zij kunnen elektronisch verstuurd worden. Op verzoek van één vijfde van de leden kan er een punt aan de agenda van de algemene vergadering worden toegevoegd. Dit verzoek wordt ten minste vijfenveertig dagen voor de geplande datum van de algemene vergadering toegezonden aan de raad van bestuur van de intercommunale. Als dit niet gebeurt binnen deze termijn, wordt het punt toegevoegd aan de agenda van de volgende Algemene Vergadering. De intercommunale stelt de leden ten minste zestig dagen van tevoren in kennis van de datum van een algemene vergadering als bedoeld in lid 1.
Ze worden minstens dertig dagen vóór de datum van de zitting langs elektronische weg aan alle vennoten toegezonden. De oproeping vermeldt dat de zitting van de algemene vergadering openstaat voor alle personen die op het gebied van een van de aangesloten gemeenten, provincies of O.C.M.W.'s woonachtig zijn.
De betrokken leden van de gemeente- of provincieraden of van de O.C.M.W.'s, alsook elke persoon die ... woonachtig is op het grondgebied van een van de aangesloten gemeenten/provincies of O.C.M.W.'s, kunnen als waarnemers aan de zittingen deelnemen, behalve als het om personenaangelegenheden gaat.
In dit laatste geval beveelt de voorzitter onmiddellijk de behandeling in besloten vergadering en wordt de zitting pas opnieuw openbaar na bespreking van de aangelegenheid.
De bijeenkomst van de algemene vergadering van de intercommunale wordt overeenkomstig de artikelen tot L6511-1 tot L6511-3 georganiseerd.
§ 2. De gemeente- en/of provincieraadsleden en van de O.C.M.W.'s van de aangesloten gemeenten, provincies en O.C.M.W.'s kunnen inzage nemen van de begrotingen, rekeningen en beslissingen van de beheersen controleorganen van de intercommunales.
De gemeente raadsleden en of de provincieraadsleden of van de O.C.M.W.'s van de aangesloten gemeenten, provincies en O.C.M.W.'s kunnen de gebouwen en diensten van de intercommunale bezoeken.
Het voordeel van het inzage- en bezoeksrecht bedoeld in de vorige leden geldt niet voor de gemeente- of provincieraadsleden of van de O.C.M.W.'s verkozen op lijsten van partijen die de beginselen van de democratie niet in acht nemen, zoals verwoord, onder andere, door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de aanvullende protocollen bij dit Verdrag van kracht in België, de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of van elke andere vorm van genocide en zij die bestuurder waren van een vereniging op de datum van de feiten naar aanleiding waarvan zij is veroordeeld voor één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995.
Het gebrek aan definitie van de modaliteiten bedoeld in 10° van artikel L1523-14 is niet opschortend voor de uitoefening van het raadplegings- en bezoekrecht van de gemeente- en/of provincieraadsleden.
§ 3. De eerste algemene vergadering van het boekjaar wordt in de loop van het eerste halfjaar gehouden, uiterlijk op 30 juni. Op haar agenda staat noodzakelijkerwijs de goedkeuring van de jaarrekeningen van het afgesloten boekjaar, waarin een beknopte boekhouding per activiteitensector voorkomt, alsook de lijst van de aannemers van opdrachten van werken, leveringen of diensten waarop alle dwingende bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden van toepassing zijn. Deze lijst vermeldt de gunningswijze van de opdracht op grond waarvan ze zijn aangewezen. De jaarrekeningen worden systematisch door de leidinggevende lokale ambtenaar en/of de financieel directeur voorgelegd. Ze beantwoorden de vragen samen met de revisor, die aanwezig moet zijn.
Ze hoort het jaarverslag en het bijzonder verslag over de participaties van de raad van bestuur bedoeld in artikel L1512-5, alsmede het verslag van het College bedoeld in artikel L1523-24, en keurt de balans goed.
Na goedkeuring van de balans beslist de algemene vergadering bij afzonderlijke stemming over de kwijting die verleend moet worden aan de bestuurders en leden van het College bedoeld in artikel L1523-24.
Deze kwijting is alleen dan rechtsgeldig wanneer de ware toestand van de vennootschap niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de balans, en wat de extra statutaire verrichtingen betreft, wanneer deze bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping.
De jaarrekeningen, het verslag van de revisor van de instellingen, het beheersverslag en de specifieke verslagen over de participaties worden door de in artikel L3111-2, lid 1, 1°, bedoelde administratie aan het Rekenhof overgemaakt binnen de dertig dagen na de goedkeuring door de algemene vergadering. Het Rekenhof kan de revisor vragen stellen in verband met diens verslag. Het hof stelt driejaarlijks een verslag op. De aanvullende opdracht van het Rekenhof wordt vergoed met een jaarlijks bedrag van 120.000 euro. Bedoeld bedrag wordt om de zes jaar geëvalueerd en hernieuwd.
§ 4. De tweede algemene vergadering van het boekjaar wordt in de loop van het tweede halfjaar gehouden, uiterlijk 31 december. Ze wordt gehouden vóór de eerste maandag van de maand december van het jaar van de gemeenteverkiezingen.
De algemene vergadering aan het einde van het jaar na het jaar van de gemeenteverkiezingen en de algemene vergadering aan het einde van het jaar na de helft van de termijn van de gemeentelijke legislatuur hebben noodzakelijkerwijs als agendapunt de goedkeuring van een beleidsplan over drie jaar, waarin elke activiteitensector geïdentificeerd wordt en, o.a., een rapport opgenomen is op grond waarvan een band gelegd kan worden tussen de goedgekeurde rekeningen van de drie vorige boekjaren en de evolutie- en uitvoeringsperspectieven voor de drie volgende jaren. Het beleidsplan voorziet ook in de werkings- en investeringsbegrotingen per activiteitensector.
Het ontwerpplan wordt door de raad van bestuur opgesteld en, in voorkomend geval, ter gelegenheid van voorbereidende zittingen, overgelegd aan de gemeentelijke afgevaardigden, in voorkomend geval, aan de provinciale afgevaardigden en afgevaardigden va -n het OCMW, aan de betrokken schepenen, eventueel in aanwezigheid van leden van het management of van de raad van bestuur. Het wordt vervolgens besproken in de gemeente- en provincieraden van de aangesloten leden en door de algemene vergadering vastgelegd.
Het bevat de prestatie-indicatoren en de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen die interne controle mogelijk maken waarvan de resultaten in een situatieoverzicht zullen voorkomen.
Dat plan is tijdens die tweede algemene vergadering het voorwerp van een jaarlijkse evaluatie. ...
Dat plan wordt op de website van de intercommunale geplaatst en dient schriftelijk te worden medegedeeld op eenvoudig verzoek van elke belanghebbende persoon. Binnen 15 dagen na zijn goedkeuring, wordt dit plan langs de elektronische weg of op papier aan de Regering medegedeeld.
Daarnaast wordt dit plan binnen vijf dagen van het aannemen ervan meegedeeld aan de representatieve vakbondsorganisaties. "
Op hun aanvraag worden de representatieve vakorganisaties door het gemeentecollege onverwijld uitgenodigd op een specifieke informatiesessie waarop bedoelde documenten worden voorgelegd en uitgelegd. De aanvraag wordt ingediend binnen vijf dagen na de mededeling van het plan.
De informatiesessie vindt plaats vóór de overmaking van het beleidsplan aan de toezichthoudende overheid en vóór elke vorm van externe communicatie ervan.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2006-07-19/45, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 02-09-2006>
- (2)<DWG 2007-03-09/34, art. 11, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
- (3)<DWG 2007-03-09/34, art. 12, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
- (4)<DWG 2007-03-09/34, art. 13, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
- (5)<DWG 2012-04-26/16, art. 42, 033; Inwerkingtreding : 24-05-2012>
- (6)<DWG 2013-01-31/12, art. 4, 037; Inwerkingtreding : 01-06-2013>
- (7)<DWG 2016-11-10/06, art. 1, 057; Inwerkingtreding : 04-12-2016>
- (8)<DWG 2018-03-29/48, art. 22, 070; Inwerkingtreding : 24-05-2018>
- (9)<DWG 2018-07-17/04, art. 417, 074; Inwerkingtreding : 18-10-2018>
- (10)<DWG 2021-07-15/14, art. 7, 095; Inwerkingtreding : 01-10-2021>
- (11)<DWG 2024-03-28/59, art. 59, 113; Inwerkingtreding : 01-09-2024>
- (12)<DWG 2026-03-26/06, art. 97, 123; Inwerkingtreding : 01-04-2026>