Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text · 22 APRIL 2004. - Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie (Tekst vervangen door Erratum, zie B.St. 22-03-2005, p. 12597-12721)

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L1531-2

TITEL III. - [1 Beginselen van goed bestuur]1 — HOOFDSTUK I. - [1 Verbodsbepalingen en onverenigbaarheden]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. Het is elke bestuurder van een intercommunale of elk lid van het bestuurscomité van een projectvereniging en elk lid van een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie aangewezen door een publiekrechtelijke rechtspersoon verboden :

1° aanwezig te zijn op een beraadslaging over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft of waarbij zijn bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben;

2° rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen in opdrachten gegund met de intercommunale of met de projectvereniging;

3° als advocaat, notaris of zakenman tussen te komen in processen tegen de intercommunale of de projectvereniging. In dezelfde hoedanigheid mag hij in geen enkele omstreden zaak pleiten of advies geven in het belang van de intercommunale of projectvereniging, noch die zaak volgen.

Het in het eerste lid, 1, bedoelde verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad, zo het gaat om voordrachten van kandidaten, benoemingen, afzettingen en schorsingen.

§ 2. Een gemeente- of provincieraadslid mag niet meer dan drie opeenvolgende uitvoerende mandaten vervullen binnen de intercommunales en projectverenigingen of in de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie waarbij zijn gemeente of zijn provincie aangesloten is. Onder uitvoerend mandaat wordt verstaan ieder mandaat waarbij aan de bekleder volmacht wordt gegeven om te beslissen of ieder mandaat dat binnen een beperkt bestuursorgaan wordt vervuld.

Bij zijn benoeming vult de bestuurder of het lid van het bestuurscomité een verklaring op erewoord in waarbij hij bevestigt dat hij niet in dat verbodsgeval verkeert, op gevaar af zijn functies niet te mogen uitoefenen.

§ 3. Niemand kan worden benoemd tot de aan de aangesloten administratieve overheden voorbehouden ambten van bestuurder of lid van het bestuurscomité van de vereniging als hij een mandaat vervult in de bestuurs- en controleorganen van een privaatrechtelijke vereniging met als oogmerk een gelijkaardige activiteit die, wat hem betreft, een rechtstreeks en doorlopend belangengeschil kan veroorzaken. ...

Bij zijn benoeming vult de bestuurder of het lid van het beheerscomité een verklaring op erewoord in waarbij hij bevestigt dat hij niet in dat verbodsgeval verkeert, op gevaar af zijn functies niet te mogen uitoefenen.

§ 4. Het mandaat van lid van het college bedoeld in artikel L1523-24 kan niet aan een lid van de aangesloten gemeente- en provincieraden worden toevertrouwd. Het mandaat van lid van het college bedoeld in artikel L1523-24 kan niet worden toevertrouwd aan een lid van de gemeente- en provincieraden en van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeenten, provincies en openbare centra voor maatschappelijk welzijn die binnen een intercommunale aangesloten zijn, noch aan een lid van een netwerk waarvan een rechtspersoon of een entiteit waarin één lid van de aangesloten gemeente- en provincieraden en van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn rechtstreeks of onrechtstreeks een vermogensbelang heeft. De bedrijfsrevisor die wenst in te schrijven voor een mandaat om controle te voeren op de rekeningen van de intercommunale maakt bij de indiening van zijn kandidatuur een verklaring op erewoord over waaruit blijkt dat hij aan deze bepaling voldoet.

§ 5. Een gemeenteraadslid, een schepen of de burgemeester van een aangesloten gemeente, een provincieraadslid , een provinciaal gedeputeerde van een aangesloten provincie, een raadslid van een aangesloten openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn mag geen bestuurder van een intercommunale of in een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie of lid van het bestuurscomité van een projectvereniging zijn indien hij er een personeelslid van is.

§ 6. De titularis van een lokale leidinggevende functie en de titularis van een directiefunctie in een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie mogen geen lid zijn van een provinciecollege of van een gemeentecollege of lid zijn van het Europees Parlement, de federale wetgevende Kamers of een Gewest- of Gemeenschapsparlement.

De hoedanigheid van voorzitter of ondervoorzitter van een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, de federale wetgevende Kamers of een Gewest- of Gemeenschapsparlement.

§ 7. Elk lid van een intercommunale of van een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie dat houder is van een uitvoerend mandaat en dat de functie van Regeringslid uitoefent, wordt als verhinderd beschouwd

§ 8. De titularis van een lokale leidinggevende functie en de houder van een directiefunctie in een intercommunale of een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie die de hoedanigheid bezit of verkrijgt van kabinetschef of adjunct-kabinetschef van een lid van de federale Regering, van een deelgebied van of van een staatssecretaris in de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt als verhinderd beschouwd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2006-07-19/45, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 02-09-2006>
  • (2)<DWG 2007-03-09/34, art. 24, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
  • (3)<DWG 2007-03-09/34, art. 25, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
  • (4)<DWG 2007-03-09/34, art. 26, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
  • (5)<DWG 2007-03-09/34, art. 27, 016; Inwerkingtreding : 21-03-2007>
  • (6)<DWG 2009-04-30/26, art. 5, 027; Inwerkingtreding : 05-06-2009>
  • (7)<DWG 2018-03-29/48, art. 31, 070; Inwerkingtreding : 24-05-2018>