Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L2212-29
Afdeling 2. - De provincieraad — Onderafdeling 3. - Recht op informatie
§ 1. De inwoners van de provincie mogen het college bij een openbare vergadering van de raad rechtstreeks interpelleren.
§ 2. In de zin van dit artikel is inwoner elke natuurlijke persoon die de volle leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en die ingeschreven is op het bevolkingsregister van een gemeente van de provincie, alsmede elke rechtspersoon waarvan de zetel op het grondgebied van een gemeente van de provincie, is gelegen en die vertegenwoordigd is door een natuurlijke persoon die de volle leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
§ 3. De volledige tekst van de voorgestelde interpellatie moet schriftelijk bij de voorzitter van de raad ingediend worden.
Om ontvankelijk te zijn moet de ingediende interpellatie de volgende voorwaarden vervullen :
1° slechts door één enkele persoon worden ingediend;
2° in de vorm van een vraag geformuleerd worden en niet leiden tot een mondelinge tussenkomst van meer dan 10 minuten;
3° betrekking hebben op :
a) een zaak die valt onder de beslissingsbevoegdheid van het provinciecollege of van de provincieraad;
b) een zaak die valt onder de adviesbevoegdheid van het provinciecollege of van de provincieraad voor zover het voorwerp van die bevoegdheid het provinciaal grondgebied betreft.
De vragen die onder de bevoegdheid van een ander bestuursniveau vallen worden in voorkomend geval door de raadsvoorzitter doorgezonden aan de betrokken vergadering of uitvoerende macht om volgens de ad hocprocedures beantwoord te worden;
4° een algemene draagwijdte hebben; de vragen betreffende gevallen van particulier belang worden, in voorkomend geval, behandeld in het kader van artikel L2212-28 of worden verzonden naar één van de commissies van de raad;
5° niet strijdig zijn met de vrijheden en fundamentele rechten;
6° niet betrekking hebben op een persoonlijke vraag;
7° geen vragen zijn die strekken tot het verkrijgen van statistische gegevens;
8° geen vragen zijn die strekken tot het verkrijgen van documentatie;
9° geen vragen zijn waarmee alleen beoogd is adviezen op juridisch gebied in te winnen.
Het bureau beslist over de ontvankelijkheid van de interpellatie. De beslissing tot niet-ontvankelijkheid wordt tijdens de zitting van de provincieraad bijzonder met redenen omkleed.
§ 4. De interpellant stelt zijn vraag in de openbare vergadering op verzoek van de voorzitter van de raad met inachtneming van de regels m.b.t. het nemen van het woord binnen de vergadering en binnen de in § 3 toegestane tijd.
Er wordt door het college geantwoord overeenkomstig de beslissing tot organisatie van de werken die bepaald is door het bureau.
De interpellant beschikt over 2 minuten om te repliceren voor de definitieve afsluiting van het agendapunt.
§ 5. De interpellaties, vragen en antwoorden bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt in het provinciaal bulletin en worden on-line geplaatst op de website van de provincie.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2012-04-26/16, art. 49, 033; Inwerkingtreding : 24-05-2012>
- (2)<DWG 2023-04-06/06, art. 110, 108; Inwerkingtreding : 02-11-2023>