Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L2212-77
HOOFDSTUK II. - Provinciale organen — Afdeling 7. - Onverenigbaarheden en belangenconflicten
§ 1. Van het provinciecollege kunnen geen lid zijn :
1° de bedienaren van de erediensten en vrijzinnige afgevaardigden;
2° het personeel van de gemeentebesturen;
3° de echtgenoot of de wettelijke samenwonende van de directeur-generaal.
4° de ambtenaren-generaal onderworpen aan de mandaatregeling binnen de diensten van de federale Regering, de Regering van een Gewest of een Gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die ervan afhangen;
5° de titularissen van een ambt binnen een instelling van openbaar nut van het Gewest, de Gemeenschap of de federale overheid en dat erin bestaat de algemene leiding erover te waarborgen;
6° de beheerders zoals omschreven in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder en in artikel 2 van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
7° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en de titularissen van een directiefunctie in een intercommunale, een vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente- of provinciebedrijf, een gemeentelijke of een provinciale vzw, een projectvereniging, een huisvestingsmaatschappij, een maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. Onder titularis van een directiefunctie dienen de personen te worden verstaan, die een staffunctie bekleden met als kenmerk de uitoefening van een deel van het gezag, een verantwoordelijkheidsgraad en een bezoldigingsregeling die uiting is van de plaats die ze in het organogram bekleden;
8° de titularissen van een lokale leidinggevende functie en een directiefunctie in een stichting van openbaar nut voor zover de totale participatie van de gemeenten, OCMW's, intercommunales of provincies, alleen of in vereniging met de Waalse gewestelijke overheid, met inbegrip van haar openbare bestuurseenheden, rechtstreeks of onrechtstreeks een percentage van meer dan 50 percent aan gewestelijke, gemeentelijke, provinciale, intercommunale of OCMW-subsidies bereikt in het totaal van hun opbrengsten.
§ 2. Het ambt van provinciaal gedeputeerde kan niet worden gecumuleerd met meer dan één bezoldigd uitvoerend mandaat.
Als bezoldigd uitvoerende mandaten in de zin van vorig lid worden beschouwd :
1° elk mandaat in een openbare of particuliere instelling, uitgeoefend als vertegenwoordiger van het Rijk, van een gemeenschap, van een gewest, van een provincie of van een gemeente, voorzover dat mandaat meer bevoegdheid verleent dan het loutere lidmaatschap van de algemene vergadering of van de raad van bestuur van die instelling en ongeacht het daaraan verbonden inkomen;
2° elk mandaat in een openbare of particuliere instelling, uitgeoefend als vertegenwoordiger van het Rijk, van een gemeenschap, van een gewest, van een provincie of van een gemeente, voorzover dat mandaat een maandelijks belastbaar bruto-inkomen oplevert van minstens 500 euro aan de spilindex 138,01 van 1 januari 1990. Dat bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
§ 3. De provinciaal gedeputeerde die door de regering benoemd wordt tot een bezoldigde bediening en deze aanneemt, houdt onmiddellijk op in die hoedanigheid zitting te hebben en kan eerst weer zijn ambt bekleden krachtens een nieuwe verkiezing.
§ 4. De leden van het college mogen niet gehuwd zijn, noch wettelijke samenwonende zijn, noch bloed- of aanverwant zijn tot en met de tweede graad.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2005-12-08/42, art. 36, 003; Inwerkingtreding : zie DWG 2005-12-08/42, art. 56>
- (2)<DWG 2010-10-06/03, art. 4, 031; Inwerkingtreding : 01-11-2010>
- (3)<DWG 2012-04-26/16, art. 55, 033; Inwerkingtreding : 24-05-2012>
- (4)<DWG 2013-04-18/19, art. 46, 040; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
- (5)<DWG 2018-03-29/48, art. 38, 070; Inwerkingtreding : 01-01-2019>