Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text · 22 APRIL 2004. - Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie (Tekst vervangen door Erratum, zie B.St. 22-03-2005, p. 12597-12721)

Code de la démocratie locale et de la décentralisation (Text Art. L4133-2

TITEL III. - [1 Voorbereiding en organisatie van de verkiezingen]1 — HOOFDSTUK III. - [1 Bijstand bij de stemming]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. De kiezer die meent dat hij er behoefte aan heeft om tot in het stemhokje begeleid te worden om zijn stemrecht uit te oefenen, kan een dienovereenkomstige verklaring indienen bij de voorzitter van het stembureau op de dag van de verkiezing.

Een behoefte aan begeleiding is verantwoord bij :

1° personen die moeilijkheden ondervinden in hun verstandelijk functioneren of bij het leren;

2° personen die moeilijkheden ondervinden in hun lichamelijk functioneren;

3° personen die moeilijkheden ondervinden in hun zintuiglijk functioneren;

4° personen die moeilijkheden van psychische aard ondervinden;

5° personen die moeilijkheden ondervinden ten gevolge van een chronische of degeneratieve aandoening;

6° personen wier moedertaal niet één van de talen bepaald in artikel 4 van de Grondwet is, wanneer zulks tot moeilijkheden bij het lezen leidt.

§ 2. De betrokken kiezer kiest zijn begeleider; die moet evenwel zelf kiezer zijn.

Geen enkele begeleider mag meer dan één kiezer bijstaan.

Een kandidaat kan als begeleider optreden van zijn (haar) echtgenoot (-genote) of wettelijk samenwonende, of van een bloed- of aanverwant wiens hoofdverblijfplaats in de woonplaats van eerstgenoemde gevestigd is, op voorwaarde dat hijzelf kiezer is.

Een kandidaat kan eveneens aangewezen worden als begeleider van een bloed- of aanverwant wiens hoofdverblijfplaats niet in de woonplaats van eerstgenoemde gevestigd is, voorzover de verwantschap tot in de derde graad bewezen is.

§ 3. De begeleider overhandigt de voorzitter van het stembureau zijn oproeping, waarop de voorzitter schrijft "heeft de rol van begeleider uitgeoefend".

§ 4. De stembureauvoorzitter verwijdert de begeleider die het bepaalde van vorige leden overtreedt.

§ 5. De Regering kan andere modaliteiten van toepassing van die bepaling vaststellen.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2006-06-01/31, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 09-06-2006>
  • (2)<DWG 2017-03-09/12, art. 24, 061; Inwerkingtreding : 06-04-2017>
  • (3)<DWG 2023-06-01/29, art. 109, 105; Inwerkingtreding : 14-09-2023>