Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de l'environnement. - Livre 1er : Dispositions communes · 17 MAART 2005. - Milieuwetboek - Boek 1 : Algemene en gemeenschappelijke bepalingen. - Regelgevend deel.

Code de l'environnement. - Livre 1er : Dispositions communes Art. R.125

HOOFDSTUK IV. [1 - Opleidingen van de verschillende interveniënten in het kader van de milieucriminaliteit.]1 — Afdeling 1. [1 - Opleidingen van de gewestelijke actoren.]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. Naast de in artikel R.124 bedoelde basisopleiding volgen de gewestelijke vaststellende beambten die deel uitmaken van de in artikel D.155 bedoelde gespecialiseerde onderzoekseenheid, een specifieke sessie in het kader van hun basisopleiding. Deze specifieke sessie moet worden gevolgd binnen een jaar na de voltooiing van de sessie bedoeld in artikel R.124, § 2, en moet een minimum van achttien uur beslaan.

Deze sessie heeft betrekking op:

1° diepgaande studie van het strafrecht en het strafprocesrecht;

2° de politiepraktijken;

3° diepgaande studie van het sectorale milieurecht;

4° het gebruik van informaticahulpmiddelen;

5° voorstelling van de diensten bevoegd of betrokken bij de repressie van milieumisdrijven.

De in het eerste lid bedoelde sessie wordt ten minste één keer per jaar georganiseerd.

De Minister kan:

1° de inhoud van de in lid 1 bedoelde sessie wijzigen of aanvullen;

2° de organisatie van een specifieke opleiding bepalen en het aantal uren, de inhoud van de opleiding en de beambten of diensten waarvoor de opleiding bestemd is, vastleggen, teneinde in een specifieke en welbepaalde behoefte te voorzien.

§ 2. Naast de basisopleiding bedoeld in artikel R.124 volgen de gewestelijke vaststellende beambten die bevoegd zijn voor de bewaking, de controle, het onderzoek en de vaststelling van overtredingen op het gebied van dierenwelzijn, een specifieke sessie in het kader van hun basisopleiding. Deze specifieke sessie moet worden gevolgd binnen een jaar na de voltooiing van de sessie bedoeld in artikel R.124, § 2, en moet een minimum van achttien uur beslaan.

Deze sessie heeft betrekking op:

1° diepgaande studie van de wetgeving inzake dierenwelzijn ;

2° kennis van de ethologische basisbehoeften van dieren, die van honden, katten, paarden en nieuwe gezelschapsdieren, alsook het herkennen van signalen van dierenmishandeling;

3° de praktijk van administratieve inbeslagneming van dieren;

4° de gerechtelijke en administratieve sancties die specifiek zijn voor het welzijn van dieren;

5° besluiten tot het opzetten en organiseren van een specifieke opleiding, waarbij zij het aantal uren, de inhoud van de opleiding en de personeelsleden of diensten voor wie deze opleiding bestemd is, vaststelt, teneinde in een eenmalige en welomschreven behoefte te voorzien.

6° de operationele en veilige omgang met dieren.

De in het eerste lid bedoelde sessie wordt ten minste één keer per jaar georganiseerd.

De Minister bevoegd voor het dierenwelzijn kan de inhoud van de in lid 1 bedoelde sessie wijzigen of aanvullen.

§ 3. Voor elke volledig gevolgde opleiding als bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt, wanneer de sessie volledig is gevolgd, door de instantie die de opleiding heeft verzorgd een bewijs van deelname afgegeven, waarop de precieze inhoud van de opleiding en het aantal gevolgde uren worden vermeld.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij BWG 2022-06-02/08, art. 1, 043; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
  • (2)<BWG 2026-07-16/38, art. 24, 053; Inwerkingtreding : 14-09-2026>