Code de l'environnement. - Livre 1er : Dispositions communes Art. R.160
Afdeling 3. [1 - Specifieke maatregelen.]1 — Onderafdeling 2. [1 - Administratieve inbeslagneming van voorwerpen.]1
§ 1. Wanneer een vaststellende beambte een inbreuk vaststelt en hij wordt geconfronteerd met een voorwerp dat de bron van een inbreuk in de zin van dit deel kan zijn, kan hij, met instemming van de sanctionerende beambte, het betrokken voorwerp in beslag nemen teneinde het te onttrekken aan de vrije beschikking van de eigenaar, bezitter of houder.
§ 2. Tijdens de administratieve inbeslagneming uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 1 wordt de beslagene in kennis gesteld van de redenen waarom het voorwerp administratief in beslag is genomen.
De inbeslagneming en de redenen waarom de voorwerpen in beslag zijn genomen, met inbegrip van de vermelding van de geschonden wetgeving, worden in een proces-verbaal opgenomen. In een bijlage bij dit proces-verbaal worden de in beslag genomen voorwerpen beschreven , wordt er een inventaris opgemaakt en wordt de betrokkene verzocht om eventueel opmerkingen in te dienen binnen een termijn van 10 dagen na ontvangst van het proces-verbaal. In deze bijlage wordt in voorkomend geval vermeld dat de beslagene afstand doet van zijn goed. Deze bijlage wordt ondertekend door de beslagene, indien aanwezig. De beslagene ontvangt een afschrift daarvan, onmiddellijk of uiterlijk binnen tien dagen vanaf de dag waarop de administratieve inbeslagneming is uitgevoerd.
De in lid 2 bedoelde bijlage vermeldt het volgende:
1° de identificatie van de personen die gemachtigd zijn het voorwerp in te leveren, overeenkomstig artikel R.160;
2° de vermelding dat het in beslag genomen voorwerp in voorkomend geval verbeurd kan worden verklaard overeenkomstig artikelen D.189, § 2, en D.198, § 3;
3° de bepalingen van deze onderafdeling:
§ 3. Voor zover mogelijk wordt het in beslag genomen voorwerp door de vaststellende beambte geëtiketteerd, omwikkeld en bewaard in een verzegelde zak zodat elke vervanging, verwijdering of toevoeging op enigerlei wijze wordt voorkomen.
Wanneer al deze handelingen niet kunnen worden uitgevoerd rekening houdend met de aard van het voorwerp, voert de vaststellende beambte de handelingen uit die wel mogelijk zijn en bewaart hij het voorwerp op een beveiligde plaats, waarbij hij ervoor zorgt dat het voorwerp aan de opgestelde vaststellingen kan worden gekoppeld.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij BWG 2022-06-02/08, art. 1, 043; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
- (2)<BWG 2026-07-16/38, art. 36, 053; Inwerkingtreding : 14-09-2026>