Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code de l'environnement. - Livre 1er : Dispositions communes · 17 MAART 2005. - Milieuwetboek - Boek 1 : Algemene en gemeenschappelijke bepalingen. - Regelgevend deel.

Code de l'environnement. - Livre 1er : Dispositions communes Art. R107

HOOFDSTUK 2. [1 - De vaststellende beambten, deskundigen en speciale onderzoekseenheid.]1 — Afdeling 3. Afdeling 2.[1 - Gemeentelijke vaststellende beambten.]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. De Minister kan, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, een subsidie toekennen voor de aanwerving of de verdere aanwerving van een vaststellende beambte bedoeld in artikel D.151, waarvan het bedrag 8.000 euro bedraagt in het kader van een voltijdse functie of 4.000 euro in het kader van een deeltijdse functie.

Indien de beschikbare begrotingskredieten de subsidiëring van het maximale forfaitaire bedrag van één vaststellende beambte voor alle gemeenten die daarom verzoeken, niet toelaten, wordt het bedrag van de in lid 1 bedoelde subsidie naar evenredigheid verlaagd om alle gemeenten die om deze subsidie hebben verzocht, in staat te stellen ervan te profiteren.

In afwijking van het eerste lid kan de Minister, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten, een subsidie verlenen voor de volledige kostprijs van de aanwerving of de verdere aanwerving van een vaststellende beambte wanneer, wegens het gebruik van talen, de toepassing van deel VIII van boek I van het Milieuwetboek niet uitsluitend door regionale vaststellende beambten kan worden verzekerd.

Voor de toepassing van het derde lid wordt het maximumbedrag van de subsidie beperkt tot het barema van maximaal een beambte van niveau B volgens de barema's die van toepassing zijn binnen de gemeenten.

§ 2. De toekenning van de subsidie is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de gemeente of de vereniging van gemeenten neemt binnen het jaar waarvoor de subsidie wordt toegekend de vaststellende beambte in dienst of verklaart dat de vaststellende beambte in dienst zal blijven;

2° de gemeente beschikt over een plan ter bestrijding van milieucriminaliteit of een lokaal plan voor openbare netheid waarin de prioriteiten en de methodologie zijn opgenomen, alsook een beschrijving van de prioritaire opdrachten van de vaststellende beambte voor wie zij de subsidie aanvraagt, en voegt dit plan bij haar aanvraag;

3° de gemeente voert ten minste twee sensibiliseringscampagnes voor het milieu uit tijdens het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

4° de gemeente is ondertekenaar van het samenwerkingsprotocol zoals bijgewerkt overeenkomstig artikel D.143, § 2, tweede lid; ;

5° de gesubsidieerde vaststellende beambte oefent zijn functie daadwerkelijk voltijds of deeltijds uit, naargelang van de aangevraagde subsidie ;

6° de gesubsidieerde vaststellende beambte besteedt ten minste 40 procent van de werkdagen die hij in de loop van een maand presteert aan veldonderzoek.

§ 3. De subsidieaanvraag voor de aanwerving of de verdere aanwerving van een of meer vaststellende beambten , die alle in het tweede lid bedoelde documenten bevat, wordt door het gemeentebestuur of de vereniging van gemeenten gericht aan de directeur-generaal van de Administratie uiterlijk tegen 1 oktober van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Het aanvraagdossier bevat:

1° een afschrift van de beraadslagging van de gemeenteraad van de betrokken gemeente of vereniging van gemeenten om een of meer vaststellende beambten in dienst te nemen;

2° een kopie van het diploma bedoeld in artikel D.149, § 1, tweede lid, 2° en van het document waaruit blijkt dat de opleiding bedoeld in artikel D.149, § 1, tweede lid, 3° is voltooid voor de vaststellende beambte voor wie de subsidie wordt aangevraagd;

3° elk document dat bewijst dat aan de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden is voldaan.

§ 4. De subsidie wordt aan het einde van het voorafgaande kalenderjaar uitbetaald naar rato van de gepresteerde maanden, met een maximum van twaalf prestatiemaanden.

Een maand wordt geacht te zijn gepresteerd zodra het gesubsidieerde personeelslid ten minste één dag in die maand heeft gewerkt.

Indien tijdens de door de subsidie gedekte periode de prestaties van de vaststellende beambte voor wie de subsidie wordt aangevraagd, om welke reden dan ook, worden onderbroken, wordt het bedrag van de subsidie berekend pro rata van de maanden die overeenkomstig lid 2 werkelijk geacht worden te zijn gepresteerd.

Om voor de betaling van de subsidie in aanmerking te komen, moet de gemeente of de vereniging van gemeenten de volgende documenten overleggen

1° een schuldvorderingsverklaring in het door de Administratie voorgestelde formaat vergezeld van een bewijs van de loonkosten van de vaststellende beambte ;

2° een bewijs van tewerkstelling met vermelding van het arbeidsregime, de begindatum en eventueel de einddatum van de tewerkstelling van de vaststellende beambte;

3° een activiteitenverslag met :

a) details van de door de vaststellende beambte uitgevoerde opdrachten ;

b) het aantal uitgevoerde controlecampagnes, de beschrijving ervan met een tijdschema , in het door de Administratie voorgestelde formaat, van de gepresteerde werkdagen in het kader van veldonderzoek en van de werkdagen gepresteerd in een ander kader, en de verantwoording van de naleving van paragraaf 3, 5° ;

c) het aantal gegeven waarschuwingen ;

d) het aantal opgestelde processen-verbaal;

e) de aangelegenheden en de wetgeving waarop de waarschuwingen en processen-verbaal betrekking hebben;

f) een beschrijving van de door de gemeente of vereniging van gemeenten georganiseerde sensibiliseringsactiviteiten op milieugebied;

g) alle andere door de gemeente of vereniging van gemeenten relevant geachte informatie.

Het gemeentecollege of de vereniging van gemeente richt de aanvraag tot uitbetaling van de subsidie per aangetekend schrijven samen met de stukken bedoeld in het vierde lid aan de Directeur generaal van de Administratie uiterlijk 1 mei van het jaar volgend op het voor subsidie in aanmerking komende kalenderjaar. Elk verzoek om betaling dat na 1 mei wordt verzonden, wordt als nietig beschouwd.

§ 5. Het bedrag van de subsidie bedoeld in paragraaf 1 kan worden verhoogd met een forfaitair bedrag van 2.000 euro indien de gemeente het bewijs levert dat zij ook beschikt over een milieuadviseur bedoeld in artikel D.5-1, een referentiepersoon dierenwelzijn bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2023 tot instelling van een subsidieregeling voor gemeenten inzake dierenwelzijn en over een gemeentelijke of provinciale sanctionerende ambtenaar.

§ 6. Met het oog op de controle van de subsidie kan de Administratie de gemeente verzoeken om overlegging van elk document dat nuttig is om de realiteit van de door de vaststellende beambte verleende prestaties na te gaan en om kruiscontroles van de informatie mogelijk te maken. De gemeente beschikt over een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de aanvraag van de administratie om de gevraagde documenten te verstrekken. Indien de documenten niet binnen deze termijn worden verstrekt, zal de subsidieaanvraag als nietig worden beschouwd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<BWG 2022-06-02/08, art. 1, 043; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
  • (2)<BWG 2026-07-16/38, art. 11, 053; Inwerkingtreding : 14-09-2026>