C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek
C. pén. soc. Art. 10
TITEL 1. - Beleid inzake preventie en toezicht — HOOFDSTUK 2. - De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
De benoeming van de leden van de staf, en hun statuut
De leden van de staf worden benoemd door de Koning, met uitzondering van de in artikel 6, eerste lid, 3°, bedoelde magistraat. Deze laatste wordt aangeduid door de procureur-generaal die bevoegd is voor het sociaal strafrecht. De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van de leden van de staf bedoeld in artikel 6, eerste lid, 4° en 5°.
De functies van de leden van de staf bedoeld in artikel 6, eerste lid, 2°, kunnen niet worden ingevuld via een verlof voor opdracht van algemeen belang.
Tijdens hun mandaat behouden de sociaal inspecteurs, bedoeld in artikel 6, eerste lid, 5°, hun hoedanigheid van sociaal inspecteur in de zin van Titel 2 van het boek I van dit Wetboek.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-12-21/49, art. 69, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
- (2)<W 2024-05-15/19, art. 7, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>