Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek

C. pén. soc. Art. 122

HOOFDSTUK 1. - Inbreuken tegen de persoon van de werknemer — Afdeling 2. [1 - De preventie van psychosociale risico's op het werk, waaronder stress, geweld, pesterijen of

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

De preventiemaatregelen die betrekking hebben op de preventie van de psychosociale risico's op het werk

Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan :

1° niet de passende preventiemaatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om de situaties en handelingen die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico's op het werk te voorkomen, om de schade te voorkomen of om deze te beperken;

2° bij het treffen van de preventiemaatregelen bedoeld in 1°, geen rekening houdt met het feit dat zijn werknemers bij de uitvoering van hun werk op de arbeidsplaats in contact komen met andere personen dan de werknemers en de daarmee gelijkgestelde personen, inzonderheid door geen kennis te nemen van de verklaringen van de werknemers die opgenomen zijn in het register van feiten van derden;

3° niet de passende preventiemaatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om het gevaar dat voortvloeit uit een specifieke arbeidssituatie als bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk uit te schakelen of om de schade die hieruit voortvloeit, te voorkomen of te beperken;

4° niet de passende maatregelen treft, voor zover hij een impact heeft op het gevaar, om een einde te maken aan daden van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk als die ter kennis zijn gebracht van de werkgever;

5° niet de nodige bewarende maatregelen treft wanneer de ernst van de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk het vereist;

6° geen procedures vaststelt die rechtstreeks toegankelijk zijn voor de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk, en die in overeenstemming zijn met de door de Koning vastgestelde bepalingen;

7° procedures vaststelt die rechtstreeks toegankelijk zijn voor de werknemer die meent schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk :

a) zonder het akkoord te bekomen van het comité voor preventie en bescherming op het werk;

b) zonder het akkoord te hebben bekomen van tenminste twee derden van de leden-vertegenwoordigers van de personeelsleden binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk, als het akkoord van het comité niet werd bekomen ingevolge het advies van de met het toezicht belaste ambtenaar onverminderd de toepassing van de bepalingen tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

c) die niet in overeenstemming zijn met collectieve arbeidsovereenkomsten die algemeen verbindend zijn verklaard bij koninklijk besluit;

8° geen procedures vaststelt die betrekking hebben op de wedertewerkstelling van de werknemers die menen schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico's op het werk;

9° er niet op toeziet dat de werknemers die, bij de uitvoering van hun werk, het voorwerp zijn geweest van een daad van geweld, gepleegd door andere personen dan werknemers en daarmee gelijkgestelde personen die zich op de arbeidsplaats bevinden, een passende psychologische ondersteuning krijgen van gespecialiseerde diensten of instellingen, waarvan de kosten worden gedragen door de werkgever onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen;

10° niet de verplichtingen van de hiërarchische lijn bepaalt inzake de preventie van psychosociale risico's op het werk;

11° niet de nodige maatregelen treft opdat de werknemers, de leden van de hiërarchische lijn en de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk zouden beschikken over de nuttige informatie die is voorgeschreven door de Koning;

12° er niet op toeziet dat de werknemers, de leden van de hiërarchische lijn en de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk de door de Koning vastgestelde opleiding ontvangen.

De inbreuken bedoeld in het eerste lid, 4° en 5° worden bestraft met een sanctie van niveau 4 wanneer ze gezondheidsschade of een arbeidsongeval tot gevolg hebben gehad voor een werknemer.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2016-02-29/09, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>