Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek

C. pén. soc. Art. 190

HOOFDSTUK 7. - De inbreuken betreffende de collectieve arbeidsbetrekkingen — Afdeling 2. - Niet-oprichting van ondernemingsorganen

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Niet-oprichting van ondernemingsorganen

Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft :

1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, de uitvoeringsbesluiten ervan en de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, in zijn onderneming geen ondernemingsraad opricht;

2° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan in zijn onderneming geen comité voor preventie en bescherming op het werk opricht;

3° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die geen vakbondsafvaardiging opricht wanneer hij daartoe wordt verplicht krachtens een overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst;

4° het hoofdbestuur van de onderneming of het concern met een communautaire dimensie, de aangestelde of de lasthebber ervan die de procedure tot instelling van een Europese ondernemingsraad of de procedure tot informatie en raadpleging van de werknemers die deze vervangt, niet aanvat in een onderneming met een communautaire dimensie in de zin van de wet van 23 april 1998 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen met een communautaire dimensie of in concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers, wanneer het daartoe verplicht wordt krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 62 van 6 februari 1996, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 101 van 21 december 2010, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de informatie en raadpleging van de werknemers in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie;

5° de leidinggevende of bestuursorganen van de vennootschappen die deelnemen aan een voorstel tot oprichting van een Europese vennootschap, die hun zetel in België hebben, hun aangestelden of hun lasthebbers, die niet de nodige maatregelen treffen, waaronder het verstrekken van inlichtingen, om onderhandelingen te beginnen met de werknemersvertegenwoordigers van de deelnemende vennootschappen en de betrokken dochterondernemingen of vestigingen over de regelingen inzake de rol van de werknemers, wanneer zij daartoe verplicht worden door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 84 van 6 oktober 2004, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de rol van de werknemers in de Europese vennootschap;

6° de leidinggevende of bestuursorganen van de juridische lichamen die deelnemen aan een voorstel tot oprichting van een Europese coöperatieve vennootschap, die hun zetel in België hebben, hun aangestelden of hun lasthebbers, die niet de nodige maatregelen treffen, waaronder het verstrekken van inlichtingen, om onderhandelingen te beginnen met de werknemersvertegenwoordigers van de deelnemende juridische lichamen en de betrokken dochterondernemingen of vestigingen over de regelingen inzake de rol van de werknemers, wanneer zij daartoe verplicht worden door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 88 van 30 januari 2007, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de rol van de werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap;

7° de leidinggevende of bestuursorganen van de kapitaalvennootschappen die deelnemen aan een gemeenschappelijk voorstel van grensoverschrijdende fusie, die hun zetel in België hebben, hun aangestelden of hun lasthebbers, die niet de nodige maatregelen nemen, inbegrepen het meedelen van inlichtingen, om onderhandelingen te beginnen met de werknemersvertegenwoordigers van de deelnemende kapitaalvennootschappen en van de betrokken dochterondernemingen en vestigingen over de regelingen inzake werknemersmedezeggenschap in de uit de grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap, wanneer zij daartoe verplicht worden door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 94 van 29 april 2008, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende werknemersmedezeggenschap in de uit grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen ontstane vennootschappen.

Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2016-02-29/09, art. 36, 017; Inwerkingtreding : 01-05-2016>