C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek
C. pén. soc. Art. 93
TITEL 5. - Bijzondere bepalingen — HOOFDSTUK I. - Mededelingen van de beslissingen en inlichtingen
Mededeling van de beslissing inzake de strafvordering
§ 1. De inspectiedienst die het proces-verbaal opgesteld heeft, wordt ingelicht over elke beslissing over de strafvordering uit hoofde van de inbreuk op de wetgeving waarop hij toezicht uitoefent, en ontvangt een afschrift van deze beslissing.
Deze inlichting en het afschrift worden meegedeeld binnen de maand nadat de beslissing genomen werd, naargelang van het geval, door het openbaar ministerie of door de griffier van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep die de beslissing heeft uitgesproken.
§ 2. Elke beslissing over de strafvordering uit hoofde van een inbreuk op de bepalingen van dit Wetboek maakt ook het voorwerp uit van een inlichting aan de bevoegde administratie en zij ontvangt een afschrift van deze beslissing.
Deze inlichting en het afschrift worden meegedeeld binnen de maand nadat de beslissing genomen werd, naar gelang van het geval, door het openbaar ministerie of door de griffier van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep die de beslissing heeft uitgesproken.
§ 3. Bij een veroordeling voor de feiten die vermeld zijn in de artikelen 151, 152, 175, 175/1, 181, 186, eerste lid, 1° tot 3° en 7°, 188, 209 en 210, ten laste van de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers, wordt een afschrift van het vonnis of arrest verzonden naar de Commissie die ingesteld is bij artikel 13 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken ....
Deze mededeling gebeurt binnen de maand vanaf het nemen van de beslissing door, naar gelang het geval, de griffier van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep die ze heeft uitgesproken.
§ 4. Bij een veroordeling tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan zes maanden of tot geldboete van meer dan 4.000 euro wegens een inbreuk bedoeld in Boek 2, ten laste van een aanbieder van postdiensten zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 26 januari 2018 betreffende de postdiensten en die vermeld wordt op de lijst bedoeld in artikel 6/1, § 6, van diezelfde wet, wordt een afschrift van het vonnis of arrest verzonden naar het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie zoals bedoeld in artikel 13 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
Voor de toepassing van de bepalingen van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten.
De mededeling gebeurt binnen de maand vanaf de uitspraak van de veroordeling door, naar gelang het geval, de griffier van de rechtbank van eerste aanleg die of van het hof van beroep dat ze heeft uitgesproken.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2011-11-07/02, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2012>
- (2)<W 2023-12-17/20, art. 19, 065; Inwerkingtreding : 07-01-2024>
- (3)<W 2024-05-15/19, art. 40, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>