Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décr Art. 346
HOOFDSTUK VI. - Programmering en beginselakkoorden — Afdeling 1. - Programmering
§ 1. ... De Regering bepaalt de maximumcapaciteit van de rustoordbedden, met inbegrip van de rustoordbedden die gereconverteerd zijn naar rust- en verzorgingsbedden, alsook de maximale en minimale opvangcapaciteit per inrichting.
... Zij bepaalt ook de regels voor de herkwalificatie van rustoordbedden in rust- en verzorgingsbedden, alsook voor de herkwalificatie van de plaatsen van een dagcentum in plaatsen van een dagverzorgingscentrum.
... Zij bepaalt ook de huisvestingsregels per arrondissement op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
... Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid, worden minstens negenentwintig procent van de plaatsen bestemd voor de openbare sector, minstens eenentwintig procent voor de verenigingssector en kunnen maximum vijftig procent worden toegewezen aan de commerciële privé-sector.
§ 2. ... De Regering bepaalt het programmacijfer voor de vestiging van de dagverzorgingscentra, alsook de minimale en maximale opvangcapaciteit per inrichting.
... Zij bepaalt ook de huisvestingsregels per arrondissement op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
... Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid, worden minstens negenentwintig procent van de plaatsen bestemd voor de openbare sector, minstens eenentwintig procent voor de verenigingssector en maximum vijftig procent voor de commerciële privésector.
§ 3. ... De Regering bepaalt het specifieke vestigingsprogramma voor de rustoordbedden bestemd voor een kortstondig verblijf, alsook de minimale en maximale capaciteit per inrichting.
... Dit vestigingsprogramma wordt per arrondissement uitgevoerd op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
... Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid, worden minstens negenentwintig procent van de plaatsen bestemd voor de openbare sector, minstens eenentwintig procent voor de verenigingssector en kunnen maximum vijftig procent worden toegewezen aan de commerciële privésector.
§ 4. Ten opzichte van de modaliteiten voor de bepaling van de quota bedoeld in paragraaf 1, lid 4, in paragraaf 2, lid 3, en in paragraaf 3, lid 3, kan de beheerder van een bepaalde sector, in de zin van artikel 345, 3°, zich verenigen met een beheerder van een andere sector in het kader van de oprichting van een nieuwe inrichting voor bejaarde personen, en hem het beheer toevertrouwen van plaatsen die in aanmerking komen voor een principeakkoord maar niet voor een werkingsvergunning door het sluiten van een partnerschapsovereenkomst.
Die mogelijkheid tot vereniging wordt georganiseerd onverminderd hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en met inachtneming van hoofdstuk IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie betreffende de gemeentelijke vzw's.
Het sluiten van een partnerschapsovereenkomst veroorzaakt geen overdracht van plaatsen tussen quota van verschillende sectoren : de plaatsen worden binnen de verdeling van de quota behouden, afhankelijk van de sector waarvoor het principeakkoord toegekend is.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit paragraaf, met name de minimale inhoud van de overeenkomst bedoeld in lid 3.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2014-02-20/20, art. 84, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (2)<DWG 2019-02-14/12, art. 4, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
- (3)<DWG 2019-02-14/12, art. 11, 041; Inwerkingtreding : 01-01-2019>