Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décr Art. 439
Afdeling 2. - Coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp — Onderafdeling 1. - Verplichtingen
§ 1. Om zijn opdracht uit te oefenen en een erkenning te genieten werkt het coördinatiecentrum mee met de huisarts die de begunstigde gekozen heeft, met inachtneming van de rol van de verzorgingscoördinator.
§ 2. Het coördinatiecentrum neemt zelf of via een overeenkomst een thuisverpleegdienst waar, alsook een door de Regering of haar afgevaardigde erkende gezinshulpdienst, een centrum voor sociale dienst of elke andere sociale dienst met algemene bestemming, een dienst voor tele-bio-waakzaamheid en minstens vier van de volgende diensten :
1° thuisoppas;
2° het uitlenen en het vervoer van sanitair materiaal;
3° de maaltijddistributie aan huis;
4° de inrichting of de aanpassing van de lokalen;
5° de apotheek;
6° de ergotherapie;
7° een dienst ter ondersteuning van de entourage;
8° het vervoer van personen, o.a. het medisch-sanitair vervoer bedoeld in hoodstuk 1 van titel II van het boek VI in de tweede deel van het Wetboek;
9° een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
10° de kinesitherapeut;
11° een team voor palliatieve verzorging.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van elke samenwerkingsovereenkomst en op zijn minst de modaliteiten inzake verstrekking en deling van de informatie, met inbegrip van die betreffende de veiligheid van de werknemers van de diensten of van de zorgverleners, de permanentie, de interventiesnelheid, de beschikbaarheid, de veiligheid van de tenlasteneming, de conformiteit met de sociale wetgeving, de evaluatie van de samenwerking en de inachtneming van de deontologische regels eigen aan elk beroep.
In voorkomend geval is het voordeel van een erkenning door een overheid een bijkomend beoordelingscriterium bij de keuze van de diensten en zorgverleners.
§ 3. Bovendien kan het centrum, al naar gelang van de behoeften van elke begunstigde, samenwerken met andere diensten of zorgverleners die plaatselijk op de levensplaats tussenkomen of, desgevallend, met de organen die hen op plaatselijk vlak vertegenwoordigen, activiteiten organiseren, waaronder :
1° tandverzorging;
2° logopedie;
3° pedicurie;
4° kapsel.
§ 4. De Regering stuurt de lijsten van de diensten en zorgverleners bedoeld in de paragrafen 2 en 3 bij op grond van de evolutie van de vraag, de behoeften en het aanbod van diensten.
§ 5. Het coördinatiecentrum respecteert de vrije keuze van de begunstigde of van zijn vertegenwoordiger indien hij wenst beroep te doen of beroep doet op andere diensten of zorgverleners dan die welke georganiseerd worden door het centrum of waarmee het centrum overeenkomsten heeft gesloten.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2014-02-20/20, art. 120, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (2)<DWG 2014-02-20/20, art. 218, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2015>