Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Codification relative à l'enseignement secondaire, coordonné · 17 DECEMBER 2010. - Codificatie betreffende het secundair onderwijs, gecoördineerd op 17 december 2010 (Citeertitel : Codex Secundair Onderwijs)

Codification relative à l'enseignement secondaire, coordonné Art. 249

Afdeling 2. - Financiering en subsidiëring van de werking — Onderafdeling 4. - Berekening van het werkingsbudget per school

Van krachtOfficiële tekst

FR (vertaling)NL

§ 1. Per school wordt het totale aantal punten berekend door het aantal leerlingen, geteld op de teldatum, vermeld in 172, te vermenigvuldigen met hun puntengewicht voor schoolkenmerken, met uitzondering van schoolkenmerk V1 en V2.

§ 2. Onverminderd de bepalingen in artikel 39, § 7, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, is het werkingsbudget per school van het gewoon secundair onderwijs de som van:

1° het resultaat van de vermenigvuldiging van het totale aantal punten per school met de GPP-SchK, vermeld in artikel 245, 3°;

2° het bedrag, verkregen door het resultaat van de volgende vermenigvuldigingen :

a) B-ClliOpl x ClliOpl-school;

b) B-ClliSt x ClliSt-school;

c) B-ClliTa x ClliTa-school;

d) B-ClliBu x ClliBu-school;

3° GW -V1, vermeld in artikel 246, § 1, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen in de school;

4° GW -V2, vermeld in artikel 246, § 2, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen in de school.

§ 3. Het budget, verkregen na de toepassing van § 2, wordt voor het gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend in overeenstemming met de bepalingen van van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, waarbij :

1° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2 verkregen is, voor het geheel van de scholen van het gewoon secundair gemeenschapsonderwijs tot en met 2015 verminderd wordt met 30 percent van de loonkosten van de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gewoon secundair gemeenschapsonderwijs, in 2016 met 60 percent en vanaf 2017 met 100 percent van die loonkosten;

2° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2 verkregen is, voor het geheel van de scholen van het gewoon secundair gemeenschapsonderwijs verhoogd wordt met de middelen, vastgelegd voor het optrekken van het vakantiegeld tot 92 % voor het contractuele meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs, toegekend via de betreffende onderwijs-cao. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag 851.000 euro. Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd door de toepassing van de A2-coëfficiënt, vermeld in artikel 243;

3° de som van het bedrag dat met toepassing van § 2 verkregen is, vermeerderd wordt met een transitiefonds dat in 2009 1.250.000 euro bedraagt en jaarlijks verminderd wordt met 125.000 euro.

§ 4. Het werkingsbudget verkregen na toepassing van § 2 wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs. Daarbij worden de middelen voor de schoolbesturen van het vrij gesubsidieerd onderwijs verhoogd met de middelen tot harmonisering van de lonen tussen het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd vrij onderwijs en dat personeel van het gemeenschapsonderwijs, toegekend via de respectieve onderwijs-cao's. Voor het begrotingsjaar 2009 is dat bedrag 4.768.000 euro. Vanaf begrotingsjaar 2010 wordt dat bedrag jaarlijks geïndexeerd door de toepassing van de A2-coëfficiënt, vermeld in artikel 243. Die cao-middelen worden verdeeld naar rata van het aantal punten per school van het vrij gesubsidieerd onderwijs, dat verkregen is na de toepassing van § 1.

§ 5. De werkingsbudgetten van de scholengroepen van het gemeenschapsonderwijs en van de scholen van het gesubsidieerd gewoon secundair onderwijs worden elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 % van de werkingsmiddelen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.

§ 6. Indien het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin de werkingsmiddelen voor het betrokken schooljaar zijn opgenomen aanleiding geeft tot meer middelen voor de schoolbesturen van het gesubsidieerd gewoon secundair onderwijs of de scholengroepen van het Gemeenschapsonderwijs, dan worden deze bijkomende middelen uitbetaald binnen de twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van betrokken decreet. (248)

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DVR 2011-07-08/06, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
  • (2)<DVR 2016-12-23/02, art. 26, 026; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  • (3)<DVR 2019-04-05/42, art. 79, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  • (4)<DVR 2021-07-09/33, art. 188, 058; Inwerkingtreding : 01-09-2021>