Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.10.5.4.1
Afdeling 5. - Zekerheden — Onderafdeling 4. - [1 Rechten van derden te goeder trouw]1
Als binnen achttien maanden na het openvallen van de nalatenschap een derde te goeder trouw een goed van de nalatenschap, een zakelijk recht, een hypotheek, een pand of een inpandgeving op een dergelijk goed onder bezwarende titel verkregen heeft nadat de ingeleverde aangifte definitief geworden is, hetzij door het verstrijken van de termijn van inlevering, hetzij ingevolge het afstand doen van de aangevers van het recht van verbetering, of nadat de erfbelasting ambtshalve is gevestigd met toepassing van artikel 2.7.7.0.1, kunnen het voorrecht en de wettelijke hypotheek, vermeld in artikel 3.10.5.3.1, § 2, niet aan de derde tegengeworpen worden voor de invordering van de belastingen en toebehoren die betrekking hebben op de aanvullende rechten.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing in de volgende gevallen :
1° als vóór de verkrijging een verbeterende aangifte ingediend is of een gerechtelijke vervolging door het bevoegde personeelslid ingespannen is wegens de invordering van de belastingen en toebehoren die betrekking hebben op de aanvullende rechten;
2° als daartoe al een inschrijving ten bate van het Vlaamse Gewest genomen is.
De erfgenamen, legatarissen en begiftigden, en de openbare of ministeriële ambtenaren en officieren die ermee belast zijn de goederen van de nalatenschap te verkopen of te hypothekeren, kunnen aan het bevoegde personeelslid een attest vragen dat de erfbelasting vermeldt die verschuldigd is wegens de ingeleverde aangiften.
Dat attest moet binnen een maand na de aanvraag worden verstrekt.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DVR 2014-12-19/97, art. 256, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
Verwijst naar
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 2.7.7.0.1
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.1.5.3.1