Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C · 13 DECEMBER 2013. - Decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit (aangehaald als : Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013)

Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.12.1.0.6

Hoofdstuk 12. - Verplichtingen van derden — Afdeling 1. - Notificatieverplichtingen van derden

Van krachtOfficiële tekst

FR (vertaling)NL

§ 1. De Vlaamse Regering kan voor de berichten en inlichtingen, vermeld in artikel 3.12.1.0.1 en 3.12.1.0.3, de modellen vaststellen.

§ 2. De informatie in de berichten, kennisgevingen en inlichtingen, vermeld in artikel 3.12.1.0.1 tot en met 3.12.1.0.3, is dezelfde, ongeacht of ze worden meegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, of met een aangetekende brief met ontvangstmelding.

Bij de verzending van de berichten, inlichtingen en kennisgevingen, vermeld in het eerste lid, gericht tot of afkomstig van het bevoegde personeelslid of de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer, vermeld in artikel III.17 van het Wetboek van Economisch Recht, als het gaat om een rechtspersoon, en het rijksregisternummer als het gaat om een natuurlijke persoon en van het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

§ 3. De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de berichten, inlichtingen en kennisgevingen, vermeld in artikel 3.12.1.0.1 tot en met 3.12.1.0.3, moeten, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, worden verzekerd met aangepaste beveiligingstechnieken.

§ 4. Opdat de kennisgevingen, vermeld in artikel 3.12.1.0.2, op geldige wijze als beslag onder derden zouden gelden als ze worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, moeten ze een elektronische handtekening dragen, die met een van de volgende technieken wordt aangebracht :

1° creatie van een elektronische handtekening met behulp van een Belgische elektronische identiteitskaart;

2° creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel, toegekend aan een bevoegde personeelslid, waarbij een certificaat gevoegd is dat uitgereikt is aan dat personeelslid, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer is opgeslagen;

3° creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel, toegekend aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in artikel 3.12.1.0.2, waarbij een certificaat gevoegd is dat uitgereikt is aan die entiteit, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer is opgeslagen;

4° creatie van een geavanceerde elektronische handtekening als vermeld in artikel 2, 2°, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten.

Ongeacht de toegepaste techniek wordt er gegarandeerd dat alleen de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd.

De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending, correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld. Die gegevens moeten gedurende een periode van tien jaar door de afzender worden bewaard en in geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DVR 2014-12-19/97, art. 263, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  • (2)<DVR 2017-12-08/05, art. 29, 024; Inwerkingtreding : 24-12-2017>