Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.13.1.4.1
Afdeling 1. - Administratieve controle — Onderafdeling 4. - Plichten van openbare instellingen
§ 1. De bestuursdiensten van de staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de besturen van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten, alsook de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, als ze daarvoor worden aangezocht door een personeelslid, belast met de vestiging of de invordering van de belastingen, hem alle inlichtingen die ze in hun bezit hebben, te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, in alle akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden die ze in hun bezit hebben, inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen die het bedoelde personeelslid nodig acht voor de vestiging of de invordering van de belastingen, vermeld in deze codex.
In de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen over de rechtspleging mag evenwel geen inzage worden verleend zonder uitdrukkelijk verlof van het openbaar ministerie.
De originelen van de ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp, uitgereikt door de geneesheren, de tandheelkundigen en de paramedische medewerkers, mogen echter niet worden meegedeeld zonder dat de nationale raad van de Orde van Geneesheren of de provinciale geneeskundige commissies de gelegenheid hebben gehad zich ervan te vergewissen dat de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie daardoor geen inlichtingen krijgt over de identiteit van de zieken en van de verzekerden.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) wat de individueel verkregen inlichtingen betreft.
§ 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de naamloze vennootschap van publiek recht bpost.
Paragraaf 1 blijft evenwel van toepassing in de gevallen en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 3.13.1.2.5, tweede lid, en artikel 3.13.1.3.1, § 2 tot en met § 5.
§ 4. De Kansspelcommissie, vermeld in artikel 9 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, moet de Vlaamse Regering er onverwijld van op de hoogte brengen dat ze bij een orgaan dat ze controleert, concrete elementen heeft vastgesteld die vermoedelijk wijzen op het bestaan of op de voorbereiding van een mechanisme, gericht op fiscale fraude.
§ 5. Onder openbare instellingen of inrichtingen als vermeld in paragraaf 1 wordt verstaan : de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten die de staat, een gemeenschap of een gewest mee beheert, waaraan de staat, een gemeenschap of een gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de staat, een gemeenschap of een gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de Federale Regering of een gemeenschaps- of gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DVR 2022-12-09/01, art. 34, 056; Inwerkingtreding : 30-12-2022>
Verwijst naar
Geciteerd door
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.13.1.1.2
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.13.1.2.7
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.13.1.4.2
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.19.0.0.2
- Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.23.1.0.4