Décret portant le Code flamand de la Fiscalité (cité comme C Art. 3.3.1.0.15
Hoofdstuk 3. - Aanslagprocedure — Afdeling 1. - [1 Aangifte]1
Voor de toepassing van titel 2, hoofdstuk 12, dient de belastingplichtige uiterlijk de vijfde werkdag van de maand bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie een aangifte in voor de verrichtingen die gerealiseerd zijn in de vorige maand.
De aangifte, vermeld in het eerste lid, vermeldt:
1° hetzij het identificatienummer uit het Rijksregister van de natuurlijke personen, hetzij het ondernemingsnummer dat bekend is bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, hetzij het identificatienummer, vermeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, van de belastingplichtige;
2° de klasse van de kansspelinrichting, vermeld in artikel 6 van de Kansspelwet van 7 mei 1999, en het type en het nummer van de vergunning, toegekend door de Kansspelcommissie;
3° het belastbare bedrag van de verrichtingen volgens de aard van de verrichting, vermeld in artikel 2.12.3.0.1;
4° de datum of periode van de verrichtingen;
5° een samenvattende maandelijkse staat van de inzetten ter verificatie van het belastbare bedrag.
De aangifteplicht die is bepaald in dit artikel geldt niet voor de van belasting vrijgestelde spelen en weddenschappen, vermeld in artikel 2.12.6.0.1.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DVR 2018-12-07/09, art. 39, 036; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
- (2)<DVR 2021-04-02/14, art. 51, 048; Inwerkingtreding : 25-04-2021>