CDE · 28 FEBRUARI 2013. - Wetboek van economisch recht
CDE Art. VII.91
Afdeling 5. - [1 Uitvoering van de kredietovereenkomst.]1 — Onderafdeling 2. - [1 Financiering van goederen en diensten]1
§ 1. In het geval van een krediet in de vorm van uitstel van betaling voor specifieke goederen of diensten of van een gelieerde kredietovereenkomst krijgen de verplichtingen van de consument slechts uitwerking vanaf de levering van het goed of de verlening van de dienst, waarbij, ingeval van een verkoop of dienstverlening met opeenvolgende uitvoeringen, de verplichtingen uitwerking krijgen vanaf de aanvang van de leveringen van het goed of de verlening van de dienst en ophouden te werken wanneer deze onderbroken worden, tenzij de consument zelf het kredietbedrag ontvangt en de kredietgever de identiteit van de verkoper of de dienstverlener niet kent op het moment van het sluiten van de kredietovereenkomst.
Het kredietbedrag mag pas aan de verkoper of de dienstverlener overgemaakt worden na kennisgeving aan de kredietgever van de levering van het goed of de verlening van de dienst.
De kennisgeving bedoeld in het tweede lid gebeurt op een duurzame gegevensdrager, onder meer een leveringsbewijs, dat door de consument gedagtekend en ondertekend moet zijn.
De krachtens de kredietovereenkomst verschuldigde rente gaat eerst in op de dag van deze kennisgeving.
§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op het gedeelte van het kredietbedrag dat aangewend wordt om het door de verkoper of dienstverlener gevraagde voorschot te financieren.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art.
- 2)>
- (2)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
- (3)<W 2026-07-20/06, art. 31, 149; Inwerkingtreding : 14-08-2026>