Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 1069
HOOFDSTUK V. - Gelijkheid van kansen voor gehandicapte personen op de arbeidsmarkt — Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° "werknemer": gehandicapte persoon in dienst genomen krachtens een arbeidsovereenkomst of een reglementair statuut;
2° werkgever : elke publiek- en/of privaatrechtelijke persoon die een werknemer in dienst neemt;
3° de stagiair : gehandicapte persoon in dienst genomen krachtens een arbeidsovereenkomst of een reglementair statuut;
4° "bedrijfstagemeester" : werkgever die een gehandicapte persoon in dienst neemt in het kader van een ontdekkingsstage;
5° "opleidend bedrijf" : werkgever die een gehandicapte persoon in dienst neemt in het kader van een contract van beroepsaanpassing;
6° " zelfstandige werknemer " : de gehandicapte persoon die een beroeps- of bedrijfsactiviteit uitoefent in het kader waarvan hij niet bij arbeidsovereenkomst of krachtens een reglementair statuut gebonden is, en daardoor hoofdzakelijk onder het zelfstandigenstatuut valt;
7° "loonkost" : het brutoloon verhoogd met de verplichte werkgeversbijdragen krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, met uitzondering van de werkgeversbijdragen betreffende het dubbele vakantie- en uitgaansgeld van de arbeiders, het dubbele vakantie- en uitgaansgeld gestort door de werkgevers aan hun bedienden en het vakantie- en uitgaansgeld gestort aan hun werknemers door de werkgevers die onder de openbare sector ressorteren, en na aftrek van de verminderingen van werkgeversbijdragen en de vrijstellingen;
8° " gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen " : het bedrag dat voor werknemers die minstens 21 jaar oud zijn, wordt berekend overeenkomstig artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43, op 2 mei 1988, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad.
9° "operator": de dienst die erkend is door:
a) het Agentschap;
b) een overheidsinstantie met het oog op socioprofessionele inschakeling;
10° "gecoachte persoon": de persoon bedoeld in artikel 275 van het decreetgevend deel van het Wetboek, die een contract voor ondersteuning in de jobfunctie heeft gesloten met een operator;
11° "jobcoach": de natuurlijke persoon die door een arbeidsovereenkomst of een reglementair statuut aan de operator gebonden is om de opdrachten ter ondersteuning in de jobfunctie uit te voeren;
12° bedrijf in het kader van ondersteuning in de jobfunctie": elke werkgever, met uitzondering van aangepaste werkbedrijven voor hun productiepersoneel;
13° "intensieve ondersteuning": begeleiding die minstens één maandelijkse ontmoeting op dezelfde plaats omvat tussen de jobcoach en de gecoachte persoon, gedurende minstens drie opeenvolgende maanden.
Naast de voorwaarden voor ontvankelijkheid bedoeld in artikel 275 van het decreetgevend deel van het Wetboek, moet de aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden om te kunnen genieten van de interventies bedoeld in dit hoofdstuk:
1° het handicappercentage bedoeld in artikel 408 bereikt hebben;
2° niet meer leerplichtig zijn.
De in lid 2, 1°, bedoelde handicapvoorwaarde wordt gelijkgesteld met de erkenning van handicap aangetoond door een van de volgende bewijzen, op de datum van indiening van de aanvraag:
1° een bewijs van het reeds genoten hebben van een gunstige beslissing van het Agentschap of van "het Agentschap", het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, de "Service bruxellois francophone des personnes handicapées", Bruxelles-Formation of de "Dienststelle für Selbstbestimmtes Leben", waaruit een handicap blijkt ;
2° een attest waaruit blijkt dat de persoon zijn schoolcursus hoogstens in het gespecialiseerde secundair onderwijs heeft beëindigd;
3° een geldende beslissing afgeleverd door de Federale overheidsdienst Sociale Zekerheid tot bevestiging van de handicap waardoor de persoon een inkomensvervangende uitkering of een inschakelingsuitkering kan verkrijgen;
4° een geldende beslissing afgeleverd door het Agentschap tot bevestiging van de handicap waardoor de persoon bijkomende kinderbijslag kan verkrijgen;
5° een rechterlijke beslissing of een geldende beslissing afgeleverd door de verzekeringsmaatschappij, het Federaal agentschap voor beroepsrisico's tot bevestiging van minstens twintig percent blijvende arbeidsongeschiktheid;
6° een geldende beslissing van het Rijksinstituut voor Ziekte-en Invaliditeitsverzekering tot toekenning van invaliditeitsuitkeringen;
7° een geldige beslissing van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, het Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft of Actiris waarbij een verminderde arbeidsgeschiktheid wordt erkend.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2013-12-19/04, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- (2)<BWG 2023-08-24/06, art. 15, 113; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- (3)<BWG 2023-08-24/06, art. 2, 113; Inwerkingtreding : 01-01-2024>