Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé · 4 JULI 2013. - Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid

Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 194

TITEL V. - Centra voor maatschappelijk werk — HOOFDSTUK III. - Subsidiëring

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. De toelagen bedoeld in artikel 193 bestaan uit :

1° 1° een jaarlijkse forfaitaire subsidie van 21.565,50 euro per geschoolde beroepskracht met volledige dagtaak.

Wat betreft de geschoolde beroepskrachten met driekwart of halftijdse dagtaak staat het in lid 1, 1°, bedoelde subsidiebedrag in verhouding tot de duur van hun prestaties.

Overeenkomstig het raamakkoord voor de Waalse non-profitsector, gesloten op 16 mei 2000, wordt het bedrag van de subsidie bedoeld in het eerste lid, 1°, met 2.799 euro verhoogd vanaf 1 januari 2005.

Bovenop de subsidie bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt jaarlijks een bijkomende forfaitaire subsidie van 10.561,59 euro toegekend aan de Centra die opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk en die vanwege hun organisatie niet beschouwd kunnen als behorend tot een landsbond of een verbond van ziekenfondsen bedoeld in artikel 2 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

2° een jaarlijkse forfaitaire werkingstoelage die vastgesteld wordt als volgt :

a) 3.123,27 euro voor elk van de drie voltijds uitgeoefende ambten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 186, 2° ;

b) 1.561,65 euro voor elk van de andere geschoolde beroepskrachten met volledige dagtaak;

c) 1.171,22 euro voor elk van de andere geschoolde beroepskrachten met 3/4 dagtaak;

d) 780,49 euro voor elk van de andere geschoolde beroepskrachten met halve dagtaak.

De bedragen die dienen voor de berekening van de jaarlijkse forfaitaire werkingstoelage worden verdubbeld voor de Centra die de vorm van een vennootschap zonder winstoogmerk hebben aangenomen en die wegens hun organisatie niet kunnen worden beschouwd als toebehorend tot een landsbond of een ziekenfonds zoals bepaald bij de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.

§ 2. De bedragen vermeld in § 1 van dit artikel worden berekend op grond van (het spilindexcijfer 124,34 (basis 1988) van het indexcijfer der consumptieprijzen toepasselijk op de bezoldigingen van het Rijkspersoneel waarvan de rangenschaal van de spilindexen voor de eerste keer bepaald werd op 1 januari 1990.

Op de eerste januari van elk jaar, worden deze bedragen opnieuw berekend met een aanpassing ervan op de rang van de laatste bereikte spilindex.

De overdrachten of schorsingen van de indexering die eigen zijn aan de bezoldigingen van het Rijkspersoneel zijn desgelijks van toepassing.

§ 3. Met verwijzing naar het drieledige raamakkoord van 28 februari 2007 voor de Waalse privé non-profitsector 2007-2009, goedgekeurd door de Waalse Regering op 1 maart 2007, wordt aan de erkende Centra voor maatschappelijk werk per voltijds equivalent een jaarlijkse forfaitaire som van 445,82 euro toegekend als tegemoetkoming in de kost van de bijkomende indienstneming als gevolg van de toekenning van 3 bijkomende verlofdagen. Dat bedrag is gekoppeld aan de spilindex 110,51 (basis 2004) en aan de schommelingen van de prijzenindex (gezondheidsindex), overeenkomstig de regels voorgeschreven bij de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat bedrag wordt jaarlijks op 1 januari herberekend door het aan te passen aan de spilindex die voor het laatst bereikt is.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<BWG 2014-12-04/07, art. 56, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  • (2)<BWG 2018-12-20/32, art. 2, 060; Inwerkingtreding : 01-01-2019>