Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 591
Afdeling 5. [1 - Erkenning]1 — Onderafdeling 1. [1 - Erkenningsvoorwaarden]1
De begeleidingsdienst :
1° wordt beheerd door een overheid, een instelling van openbaar nut, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting opgericht overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
2° als hij door een vereniging zonder winstoogmerk of een internationale vereniging zonder winstoogmerk of een stichting opgericht wordt, mag deze niet samengesteld zijn uit meer dan één vijfde van de personeelsleden of één vijfde van de personen die met hen aanverwant zijn tot de derde graad;
3° als hij door een vereniging zonder winstoogmerk of een internationale vereniging zonder winstoogmerk of een stichting opgericht wordt, mag de raad van bestuur voor meer dan één derde van het totaalaantal bestuurders of van de personen die deel uitmaken van het personeel van de begeleidingsdienst niet samengesteld zijn uit personen die deel uitmaken van hetzelfde gezin als echtgenoot, wettelijke samenwoners, bloed- of aanverwante tot en met de tweede graad;
4° beschikt over technische, budgettaire en boekhoudkundige autonomie, eventueel via een administratieve entiteit waarvan de begeleidingsdienst deel uitmaakt, en over een administratief beheer dat hem in staat stelt zijn taken uit te voeren en onder toezicht van het Agentschap te staan;
5° staat onder de leiding staan van een directeur, natuurlijke persoon bezoldigd voor die functie en bevoegd om, overeenkomstig een geschreven overdracht van bevoegdheid door de inrichtende macht en onder haar verantwoordelijkheid of die van de directeur-generaal van de administratieve entiteit bedoeld in 4°, het dagelijkse beheer van de dienst waar te nemen;
6° heeft een directeur die in staat is:
a) de effectieve directie van de begeleidingsdienst permanent waar te nemen. Als hij afwezig is tijdens de activiteiten voorzien in het kader van de begeleidingsprojecten, moet een daartoe afgevaardigd personeelslid in noodgevallen de nodige maatregelen kunnen treffen en in staat zijn om zowel interne als externe vragen te beantwoorden.
b) steeds kennis te hebben van de werkrooster van zijn personeel;
7° in geval van verzuim of onregelmatigheid in de uitvoering van het mandaat van de directeur, verzoekt het Agentschap de inrichtende macht bij aangetekend schrijven en binnen de termijn die het Agentschap bepaalt om de nodige maatregelen te treffen. Bij gebreke daarvan wendt het Agentschap zich tot de minister bevoegd voor het gehandicaptenbeleid, die een besluit neemt overeenkomstig de bepalingen van artikel 475;
8° maakt, onverminderd de bepalingen van artikel 286 van het tweede deel van het decreetgevend deel van het Wetboek en op verzoek van het Agentschap alle bewijsstukken over die vereist worden voor de uitoefening van de controle, meer bepaald de jaarrekeningen, de nodige stukken voor de berekening van de verschillende toelagen, alsmede het vormingsprogramma bedoeld in artikel 590;
9° maakt de sociale balans zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de sociale balans, de jaarrekeningen, de balans van de activiteiten, alsook het vormingsprogramma bedoeld in artikel 590 over :
a) voor de begeleidingsdiensten beheerd door een private inrichtende macht: aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, aan de vakbondsafvaardiging;
b) voor de begeleidingsdiensten beheerd door een openbare inrichtende macht: aan het onderhandelings- of overlegcomité opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, of bij ontstentenis daarvan, aan de vakbondsorganisaties die de werknemers vertegenwoordigen;
10° vermeldt de referentie van de door het Agentschap verleende erkenning op alle akten en overige stukken, publiciteitsfolders en aanplakkingen die van de begeleidingsdienst;.
11° maakt geen gezamenlijke reclame met een school, ongeacht de gebruikte methode.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2021-09-16/31, art. 5, 088; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (2)<BWG 2023-07-20/35, art. 6, 101; Inwerkingtreding : 09-11-2023>