Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 863
Afdeling 6. - Centra voor functionele revalidatie van hartlijders — Onderafdeling 3. - Specifieke toekenningsvoorwaarden
De centra of diensten van categorie I moeten :
1° deel uitmaken van een ziekenhuisdienst door de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, erkend voor de diagnose en de geneeskundige behandeling (index D);
2° zo spoedig mogelijk de revalidatietechnieken inschakelen;
3° in het ravalidatieprogramma en therapie omvatten, zo efficiënt als mogelijk in ziekenhuismilieu, voor de risicofactoren (obesitas - hypertensie - hypercholesterinemie - rookverslaving - diabetes), waarbij ook het psychologisch profiel van de zieke in aanmerking zal worden genomen;
4° regelmatig het materieel van de cardiologische ziekenhuisdienst waarmee de eenheid is verbonden, kunnen gebruiken, en inzonderheid :
a) het gebruikelijk materieel : electrocardiograaf met meerdere kanalen en voorzien van onderdelen voor het opnemen van de fonomechanogrammen, een toestel voor radioscopie of radiografie, materieel voor de studie van de pulmonaire functie (in rust gebruikelijke spirografie, met bepaling van het residueel volume);
b) het materieel voor de functionele cardiopulmonaire onderzoekingen voor het grondig onderzoek van de pulmonaire en de hartfunctie in rust en bij inspanning (ergometrische fiets of roltapijt, E.C.G. of oscilloscoop, toestellen voor het meten van de ventilatie en van het zuurstofverbruik en eventueel van de bloedgassen, defibrillator en materieel voor hoogdringende reanimatie);
5° zelf over kinesitherapie-materieel beschikken (ergometrische fiets, roltapijt, roeitoestel, grondtapijt, sportramen) naar rata van één element per patiënt voor de hertraining; gebeurt de hertraining in groep, dan moet de hertrainingsapparatuur worden vermeerderd, rekening houdend met het aantal zieken, de duur van de zittingen en de gebruiksduur van elk toestel voor een bepaalde zieke; deze apparatuur moet samen gaan met een electrocardiograaf, met een oscilliscoop, met een defibrillator en met het materieel voor hoogdringende reanimatie;
6° regelmatig over de lokalen van de cardiologische ziekenhuisdienst waarmee de eenheid is verbonden, mogen beschikken, hetgeen enerzijds de basisonderzoekingen en anderzijds de functionele onderzoekingen toelaat;
7° zelf over de volgende lokalen beschikken :
a) lokaal voor het secretariaat en voor het klasseren van archieven;
b) lokaal voor de psychologische onderzoekingen met bureau voor de psycholoog;
c) lokaal voor de sociale assistent(e);
d) turnzaal waarvan de inhoud in kubiekmeter in verhouding moet staan tot het aantal patiënten en tot de aangewende technieken, met bureau voor de kinesist;
e) eventueel, een lokaal voor ergotherapie.
Het aantal van deze lokalen evenals hun oppervlakte zullen worden aangepast in functie van het aantal zieken in behandeling;
8° door bemiddeling van de ziekenhuisdiensten waaraan de eenheid verbonden is, de gewone biologische analyses en alle andere instrumentale of niet-instrumentale geneeskundige onderzoekingen kunnen uitvoeren.