Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. bxl. logement · 17 JULI 2003. - Ordonnantie houdende de Brusselse Huisvestingscode (versie 2013 - tekst vervangen door erratum gepubliceerd in p. 47151-47212 van B.St. van 26-07-2013)

C. bxl. logement Art. 218

HOOFDSTUK II. [1 - Gemeenschappelijke regels voor alle woninghuurovereenkomsten]1 — Afdeling 1. [1 - Precontractuele informatie en vorm van de woninghuurovereenkomst]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

- Vorm van de huurovereenkomst

§ 1. Van elke huurovereenkomst die onder toepassing van deze titel valt, moet een geschrift worden opgesteld dat, afgezien van alle andere nadere regels, het volgende moet inhouden :

1° de volledige identiteit van alle contracterende partijen ;

2° de begindatum van de huurovereenkomst ;

3° de aanwijzing van alle ruimtes en gedeelten van het gebouw die het voorwerp van de verhuur zijn ;

4° het bedrag van de huurprijs, die in geen geval het bedrag van de privatieve of gemeenschappelijke lasten mag omvatten ;

4bis° de referentiehuurprijs van het bedoelde goed of de tussentijdse huurprijzen rond de referentiehuurprijs van het betrokken onroerend goed zoals vermeld in het indicatief rooster van de huurprijzen ;

5° de opsomming en de raming van het bedrag van de lasten voor de privatieve en/of gemeenschappelijke delen die de huurder aangerekend zullen worden, met vermelding of de bedragen die als lasten gevraagd zullen worden, aangerekend zullen worden op basis van de reële kosten (eventueel met betaling van periodieke provisies) of op basis van een forfait (dat verondersteld wordt het bedrag van de lasten te dekken). De berekenings-wijze ervan zal ook gepreciseerd worden, alsook het aantal aandelen in de mede-eigendom ;

6° de vermelding van het al dan niet bestaan van individuele tellers voor water, gas en elektriciteit, en, in voorkomend geval, van de nummers van de tellers en de EAN-codes of elke andere identificatiecode.

§ 2. De meest gerede contracterende partij kan, bij gebreke van uitvoering binnen acht dagen na een ingebrekestelling die betekend wordt bij een ter post aangetekende brief of bij deurwaardersexploot, de andere partij in voorkomend geval via gerechtelijke weg verplichten om een schriftelijke overeenkomst op te stellen, te ver- volledigen of te ondertekenen overeenkomstig paragraaf 1 en indien nodig verzoeken dat het vonnis de waarde zou hebben van een schriftelijke huurovereenkomst.

De rechter is gehouden door de bewezen inhoud van de mondelinge huurovereenkomst die de partijen verbindt.

§ 3. De vóór de inwerkingtreding van dit artikel mondeling gesloten huurovereenkomsten vallen onder paragrafen 1 en 2.

§ 4. De Regering stelt een standaardmodel van een huurovereenkomst vast ten indicatieve titel.

§ 4bis. De Regering legt de standaardmodellen van opzegging vast ten indicatieve titel.

§ 5. De Regering stelt een bijlage op met daarin een uitleg over de wettelijke bepalingen met betrekking tot de volgende elementen :

1° de bepalingen inzake de normen van gezondheid, veiligheid en uitrusting van woningen en hun gedetailleerde inhoud ;

2° een uitleg over de aard van een dwingende regel ;

3° de bepalingen met betrekking tot de schriftelijke huurovereenkomst, de registratie ervan en de kosteloosheid van de registratie ;

4° de duur van de huurovereenkomst ;

4bis° het indicatief rooster van de huurprijzen ;

5° de mogelijkheden om de huurprijs te herzien ;

6° de indexering ;

7° de lasten ;

8° de regels opgesteld inzake de huurherstellingen ;

9° de mogelijkheden om de huurovereenkomst te beëindigen en de bijbehorende bepalingen ;

10° de bepalingen in verband met de verandering van eigenaar ;

11° de mogelijkheden voor de partijen om, voorafgaand aan het aanhangig maken bij een rechtbank, hun toevlucht te nemen tot alternatieve procedures voor het regelen van hun geschil zoals bemiddeling, arbitrage of verzoening;

12° de bepalingen met betrekking tot het houden van gezelschapsdieren.

Deze bijlage zal verplicht bij de na de inwerkingtreding van dit artikel gesloten huurovereenkomsten worden gevoegd.

§ 6. De verhuurder mag de huurder niet verbieden zijn domicilie te vestigen in het gehuurde goed. Elke bepaling in de huurovereenkomst in die zin wordt als ongeschreven beschouwd.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij ORD 2017-07-27/15, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  • (2)<ORD 2021-10-28/22, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 02-12-2021>
  • (3)<ORD 2021-10-28/22, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 02-12-2021>
  • (4)<ORD 2024-04-04/10, art. 14, 023; Inwerkingtreding : 01-11-2024>