Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Codification des dispositions décrétales relatives à l'ensei · 11 OKTOBER 2013. - Codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs (aangehaald als : Codex Hoger Onderwijs)

Codification des dispositions décrétales relatives à l'ensei Art. II.152

Hoofdstuk 9. [1 Programmatie en registratie van opleidingen]1 — Afdeling 3. [1 Programmatie]1

Van krachtOfficiële tekst

FR (vertaling)NL

Een instelling kan een nieuwe opleiding van het hoger beroepsonderwijs of een nieuwe bachelor- of masteropleiding aanbieden als de betreffende opleiding bij besluit van de Vlaamse Regering erkend is als nieuwe opleiding. Ze dient daartoe een aanvraag in. Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs kan die aanvraag pas worden ingediend na de beslissing van de Vlaamse Regering tot ontwikkeling van een opleiding van het hoger beroepsonderwijs die leidt tot een onderwijskwalificatie, vermeld in artikel 15/1, § 6, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.

De Vlaamse Regering kan een besluit als vermeld in het eerste lid nemen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1° het voorgelegde dossier bevat de volgende informatie:

a) de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt en de vestiging(en) waar de opleiding wordt aangeboden;

b) de naam van de opleiding (de graad en de kwalificatie van de graad);

c) in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;

d) de vermelding dat het een Nederlandstalige of een anderstalige opleiding is. In geval van een anderstalige opleiding wordt de taal van de opleiding vermeld;

e) de studieomvang van de opleiding, uitgedrukt in studiepunten;

f) in voorkomend geval de studieomvang van de afstudeerrichtingen, uitgedrukt in studiepunten;

g) in voorkomend geval de specificatie van de graad;

h) in voorkomend geval de titel die de houders van de graad van die opleiding kunnen voeren;

i) de opleidingsspecifieke leerresultaten;

j) als het een opleiding van het hoger beroepsonderwijs betreft, de mogelijke vervolgopleidingen;

k) als het een bacheloropleiding betreft: de aansluitingsmogelijkheden en de mogelijke vervolgopleidingen, rekening houdend met de toelatingsvoorwaarden, vermeld in deel 2, titel 4, hoofdstuk 1;

l) als het een masteropleiding betreft: de vereiste vooropleidingen en toegangsvoorwaarden, rekening houdend met de toelatingsvoorwaarden, vermeld in deel 2, titel 4, hoofdstuk 1;

m) de door de instellingen gezamenlijk beschreven domeinspecifieke leerresultaten, vermeld in artikel II.68;

2° het voorgelegde dossier bevat een advies van de VLIR voor de dossiers die ingediend zijn door de universiteiten, of van de VHLORA voor de dossiers die ingediend zijn door de hogescholen, over het aanbieden van de nieuwe opleiding;

3° de opleiding heeft de macrodoelmatigheidstoets, als die van toepassing is, met positief gevolg ondergaan en heeft een positief toetsingsbesluit ontvangen van de accreditatieorganisatie;

4° de nieuwe opleiding kan in een of meer studiegebieden of delen van studiegebieden worden gerangschikt waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit. De nieuwe opleiding kan eventueel ook worden gerangschikt in een studiegebied waarin de betrokken instelling onderwijsbevoegdheid bezit en een of meer andere studiegebieden waarin andere instellingen die tot de associatie behoren waarvan de instelling lid is, onderwijsbevoegdheid bezitten;

5° in geval van een nieuwe initiële bachelor- of masteropleiding wordt er parallel met de uitbouw van de nieuwe opleiding een bestaande initiële bachelor- of masteropleiding afgebouwd, tenzij de Commissie Hoger Onderwijs een positief oordeel heeft gegeven over de aanvraag tot vrijstelling van die verplichte afbouw.

De VLIR of de VLHORA geeft in het advies, vermeld in het tweede lid, 2°, ten minste aan dat de aangevraagde opleiding binnen de Vlaamse Gemeenschap ofwel een nieuwe en unieke opleiding is, ofwel een bestaande opleiding is die in dezelfde of in een verwante vorm al aangeboden wordt in de Vlaamse Gemeenschap. In geval van een bestaande opleiding motiveert de VLIR of de VLHORA waarom meerdere instellingen die opleiding kunnen aanbieden, daarbij rekening houdend met de regionale spreiding en wenselijke fijnmazigheid van het aanbod.

In het erkenningsbesluit, vermeld in het eerste lid, worden de volgende punten opgenomen:

1° de informatie, vermeld in het tweede lid, 1°, a) tot en met e), g) en h);

2° in geval van een nieuwe initiële bachelor- of masteropleiding de naam (de graad en de kwalificatie van de graad) van de opleiding die afgebouwd wordt of de vermelding dat de Commissie Hoger Onderwijs een positief oordeel heeft gegeven over de aanvraag tot vrijstelling van de verplichte afbouw;

3° het academiejaar vanaf wanneer de nieuwe opleiding aangeboden kan worden.

Vanaf het academiejaar wanneer de nieuwe opleiding aangeboden wordt, kan het instellingsbestuur geen nieuwe studenten meer inschrijven in de opleiding die afgebouwd wordt.

De bepalingen van het tweede lid, 2°, en het tweede lid, 5°, zijn niet van toepassing op de andere ambtshalve geregistreerde instellingen.

Als een graduaatsopleiding gerangschikt is in meer dan één studiegebied en ze is verwant verklaard met een bestaande hbo5-opleiding zoals vermeld in artikel II.150/1, dan kan een hogeschool deze graduaatsopleiding aanbieden op een vestiging waar ze de onderwijsbevoegdheid heeft voor minstens één van de studiegebieden waarin de graduaatsopleiding is gerangschikt.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DVR 2017-12-08/24, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  • (2)<DVR 2018-05-18/14, art. 26, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  • (3)<DVR 2019-03-01/26, art. 26,1°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  • (4)<DVR 2019-03-01/26, art. 26,2°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
  • (5)<DVR 2020-07-03/39, art. 136, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2020>