Codification des dispositions décrétales relatives à l'ensei Art. II.170/8
Afdeling 2. [1 Instellingsreview]1 — Onderafdeling 4. [1 Beoordelingsrapport en besluit]1
§ 1. De instellingsreviews hebben in de volgende gevallen de volgende rechtsgevolgen :
1° als de accreditatieorganisatie op basis van het beoordelingsrapport, vermeld in artikel II.170/5 of II.170/7, in redelijkheid besluit dat de instelling een effectief onderwijsbeleid voert, evalueert en verbetert, met inbegrip van een eigen regie waarmee de kwaliteit van de opleidingen geborgd wordt, neemt ze een positief besluit instellingsreview. In dat geval vervalt voor die instelling de verplichting om de accreditatie van een opleiding aan te vragen. Als de geldigheid van de lopende accreditatietermijn van een opleiding afloopt, wordt ze op basis van een individueel accreditatiebesluit verlengd met zes jaar. Het positieve besluit instellingsreview heeft een geldigheidsduur van zes jaar;
2° als de accreditatieorganisatie op basis van het beoordelingsrapport, vermeld in artikel II.170/5 of II.170/7, in redelijkheid besluit dat de instelling onvoldoende kan aantonen dat ze een effectief onderwijsbeleid voert, evalueert en verbetert, met inbegrip van een eigen regie waarmee de kwaliteit van de opleidingen geborgd wordt, neemt ze een positief besluit instellingsreview met beperkte geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar. In die periode van ten hoogste drie jaar vervalt voor die instelling de verplichting om de accreditatie van een opleiding aan te vragen. Als de geldigheid van de lopende accreditatietermijn van een opleiding afloopt, wordt ze op basis van een individueel accreditatiebesluit verlengd met zes jaar.
Uiterlijk drie maanden voor het einde van de geldigheidsduur van het besluit neemt de accreditatieorganisatie een nieuw besluit op basis van een nieuwe beperkte review door een reviewcommissie als vermeld in artikel II.170/4. Dat besluit heeft een geldigheidsduur van zes jaar, verminderd met de beperkte geldigheidsduur.
Als de accreditatieorganisatie op basis van het beoordelingsrapport van de nieuwe beperkte review in redelijkheid besluit dat de instelling een effectief onderwijsbeleid voert, evalueert en verbetert, met inbegrip van een eigen regie waarmee de kwaliteit van de opleidingen geborgd wordt, neemt ze een positief besluit met de rechtsgevolgen opgenomen in punt 1°, voor de geldigheidsduur van dit besluit.
Als de accreditatieorganisatie op basis van het beoordelingsrapport van de nieuwe beperkte review in redelijkheid besluit dat de instelling nog steeds onvoldoende kan aantonen dat ze een effectief onderwijsbeleid voert, evalueert en verbetert, met inbegrip van een eigen regie waarmee de kwaliteit van de opleidingen geborgd wordt, neemt ze een negatief besluit met de rechtsgevolgen opgenomen in punt 3°, voor de geldigheidsduur van dit besluit;
3° als de accreditatieorganisatie op basis van het beoordelingsrapport, vermeld in artikel II.170/5 of II.170/7, in redelijkheid besluit dat de kwaliteit van de opleidingen niet geborgd wordt, neemt ze een negatief besluit instellingsreview: de instelling vraagt voor alle opleidingen waarvan de accreditatietermijn vervalt, de opleidingsaccreditatie aan, conform artikel II.170/9. Het negatieve besluit instellingsreview heeft een geldigheidsduur van zes jaar.
§ 2. Als bij een fusie van twee of meer instellingen de geldigheidsduur van een besluit instellingsreview verschillend is, geldt als einddatum van het besluit instellingsreview van de gefuseerde instelling de vroegste einddatum van het besluit instellingsreview van de fuserende instellingen.
Als bij een fusie van twee of meer instellingen de uitkomst van het besluit instellingsreview verschillend is, geldt altijd het minst positieve besluit.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DVR 2018-05-18/14, art. 57, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2019>