Codification des dispositions décrétales relatives à l'ensei Art. IV.13
TITEL 1. Beheer — Hoofdstuk 3. Vaststelling van de begroting en de personeelsformatie van de universiteiten
Het universiteitsbestuur bezorgt vóór 10 september aan de Vlaamse Regering een begroting opgemaakt volgens het schema van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie, in navolging van de verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap.
Het universiteitsbestuur stelt een beleidsbegroting op voor het volgende begrotingsjaar en bezorgt die vóór 15 november aan de Vlaamse Regering. De regeringscommissaris bezorgt een analyse en advies vóór 31 december aan het universiteitsbestuur en aan de Vlaamse Regering. Als de regeringscommissaris vaststelt dat de begroting is opgesteld conform de meegedeelde cijfers, dat de wettelijke voorschriften nageleefd zijn en dat de begroting het financiële evenwicht van de universiteit op korte en lange termijn niet in het gedrang brengt, behoeft de begroting geen verdere goedkeuring van de Vlaamse Regering.
Samen met de beleidsbegroting dient het universiteitsbestuur een meerjarenbegroting in voor de komende 5 begrotingsjaren. Die meerjarenbegroting houdt rekening met het beleid van de universiteit ten minste op de volgende gebieden :
1° algemeen financieel beleid;
2° personeelsbestand en personeelsbeleid;
3° onderwijsaanbod;
4° wetenschappelijk onderzoek, maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening en transfer van kennis;
5° investeringen;
6° kwaliteitszorg.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen omtrent de inrichting van een beleidsbegroting.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DVR 2021-07-09/33, art. 224, 022; Inwerkingtreding : 01-09-2019>