CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)
CoDT Art. D.II.6
HOOFDSTUK II. - Meergemeentelijk ontwikkelingsplan — Afdeling 1. - Begripsomschrijving en inhoud
§ 1. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan omschrijft op grond van een contextueel onderzoek de opties inzake ruimtelijk beleid voor het dienovereenkomstig gebied op schaal van dat gebied.
In het contextueel onderzoek wordt ingegaan op:
1° de voornaamste ruimtelijke vraagstukken;
2° de perspectieven en behoeften op sociaal vlak, met name inzake sociale cohesie, economie, demografie, energie, erfgoed, leefmilieu, met name ecologie, natuurbehoud en -herstel, mobiliteit, en verder nog op het potentieel van het grondgebied en de drukkende factoren waaraan het grondgebied blootgesteld is, meer bepaald de natuurlijke risico's bedoeld in artikel D.IV.57;
3° de huidige toestand, de te verwachten ontwikkeling en de gevolgen van stadsuitbreiding en artificiëring.
4° de potentiële bijdrage van het betrokken gebied aan ruimteoptimalisatie.
Wat de rechtstoestand betreft, omvat het de gebieden die erkend zijn krachtens de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en de ecologische doorgangsgebieden die door de Regering zijn vastgesteld.
Het kan de resultaten bevatten van andere analyses die zijn uitgevoerd in toepassing van andere bepalingen van dit Wetboek of van andere wetgevingen.
§ 2. In de beleidsopties inzake het meergemeentelijk ontwikkelingsplan worden omschreven:
1° de meergemeentelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en ontwikkeling op bovengemeentelijke schaal, en de wijze waarop de gewestelijke doelstellingen inzake het ruimtelijk ontwikkelingsplan ingepast worden;
2° de principes en modaliteiten voor de uitvoering van de doelstellingen, in het bijzonder die met betrekking tot ruimteoptimalisatie;
3° de ruimtelijke structuur.
§ 3. De gewestelijke doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, 1°, hebben betrekking op het bestreken grondgebied en de voornaamste beleidskeuzes voor dat gebied liggen er in het verlengde van.
De meergemeentelijke doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling en ordening, omschreven in paragraaf 2, 1°, beogen:
1° de ruimteoptimalisatie;
2° de sociaaleconomische ontwikkeling en regionale aantrekkelijkheid; 3° het kwaliteitsbeheer van de leefomgeving;
4° het beheer van de mobiliteit.
§ 4. De principes en modaliteiten voor de implementatie van ruimteoptimalisatie zijn:
1° het traject voor het terugdringen van stadsuitbreiding en artificiëring;
2° de centrumgebieden die aanwezig zijn op het bestreken grondgebied;
3° de maatregelen om de bebouwing binnen en buiten deze centrumgebieden te sturen;
4° de volgorde van prioriteit voor de uitvoering van de gebieden waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, en hun bestemming;
5° alle andere bepalingen die bijdragen tot ruimteoptimalisatie.
§ 5. Met de in paragraaf 2, 3°, bedoelde ruimtelijke structuur worden in kaart gebracht:
1° de centrumgebieden;
2° de ontwikkelingsgebieden; 3° landschapsstructuur;
4° de verkeersnetten en de leidingen voor het vervoer van vloei- en energiestoffen;
5° de groene infrastructuur.
§ 6. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan kan
1° beheers- en programmeringsmaatregelen bevatten met betrekking tot de ontsluitingsbeginselen en de ruimtelijke structuur zoals bedoeld in de paragrafen 4 en 5;
2° voorstellen verwoorden voor de herziening van het gewestplan, met name de gebieden van gemeentelijk belang en de lijst van (meer)gemeentelijke plannen en leidraden die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien dan wel opgeheven dienen te worden.
3° een woordenlijst bevatten met de belangrijkste gebruikte termen en begrippen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2023-12-13/11, art. 19, 035; Inwerkingtreding : 01-04-2024>