CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)
CoDT Art. D.II.7
HOOFDSTUK II. - Meergemeentelijk ontwikkelingsplan — Afdeling 2. - Procedure
§ 1. Het meergemeentelijk ontwikkelingsplan wordt op initiatief van de gemeenten opgemaakt , die op eigen initiatief naburige gemeenten die niet door het ontwikkelingsplan worden getroffen, op de hoogte brengen.
De Regering bepaalt de criteria of grenswaarden krachtens of vanaf welke van de procedure wordt afgezien bij weigeren of afbreken van het ontwerp van plan of van het plan zelf door de gemeenteraad van één of van meerdere gemeenten, op de termijnen die iedere gemeenteraad moet naleven om het ontwerp van plan of het plan zelf aan te nemen, op de regels die gevolgd dienen te worden indien een gemeenteraad in gebreke blijft, en op de nadere werkingsregels van het begeleidingscomité.
Per schrijven lichten de gemeenten de aangrenzende gemeenten die niet bij hun initiatief betrokken zijn, over bedoeld initiatief in.
§ 2. Er wordt een begeleidingscomité opgericht en belast met de opvolging van het ontwikkelingsplan zodra de ontwerper ervan aangewezen is. Er wordt slechts één ontwerper voor de opmaak van het ontwikkelingsplan aangewezen.
Het comité bestaat uit vertegenwoordigers van de territoriaal betrokken gemeenten en uit de ontwerper van het ontwikkelingsplan. Er wordt met raadgevende stem aan deelgenomen door de vertegenwoordigers van het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van de Administratie en door de betrokken gemachtigde ambtenaar (ambtenaren). Elke persoon of instantie die nuttig geacht wordt voor de opmaak van het plan kan door het comité opgeroepen worden.
Het comité vergadert minstens :
1° na de aanwijzing van de erkende projectontwerper;
1° /1 voor de aanneming van het voorontwerp van plan door de gemeenteraden;
2° voor de aanneming van het ontwerp van plan door de gemeenteraden;
3° voor de definitieve aanneming van het plan door de gemeenteraden.
Het begeleidingscomité legt het voorontwerp van het plan, dat de in artikel D.II.6 of D.II.6/1 bedoelde inhoud bevat, samen met de contextuele analyse ter advies voor aan de gemachtigde ambtenaar en aan het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van de administratie. Het advies wordt binnen zestig dagen na ontvangst van het volledige voorontwerp aan het begeleidingscomité overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Afgezien van gevallen van vrijstelling wordt voor het voorontwerp van plan een milieueffectenrapport opgemaakt.
§ 3. Op basis van een verslag van het begeleidingscomité en na ontvangst van de in paragraaf 2, lid 4, bedoelde kennisgeving nemen de gemeenteraden, elk wat hem betreft, het ontwerp-ontwikkelingsplan aan, evenals, in voorkomend geval, de (meer)gemeentelijke ontwikkelingsplannen en de gemeentelijke leidraden die geheel of gedeeltelijk opgemaakt, herzien of opgeheven dienen te worden. Elk gemeentecollege onderwerpt ze, in voorkomend geval samen met het milieueffectenverslag en de ontvangen adviezen, aan een openbaar onderzoek. Die procedures worden op het grondgebied van elke betrokken gemeente binnen dezelfde termijnen georganiseerd.
De gemeentecolleges belasten het begeleidingscomité ermee, het ontwerp en de lijst, bedoeld in lid 1, samen met het milieueffectenverslag, ter advies voor te leggen aan de personen en instanties die de gemeenteraden nuttig achten te raadplegen. De gemeentelijke commissie of, bij gebrek daaraan, de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening", de Beleidsgroep "Leefmilieu" evenals de gemeenteraden van de aangrenzende gemeenten die niet onder het plan vallen, worden geraadpleegd. De Beleidsgroep "Ruimtelijke ordening" kan worden geraadpleegd, ondanks het feit dat de gemeentelijke commissie hierover wordt geraadpleegd. De adviezen worden binnen de vijfenveertig dagen na versturen van de aanvraag ingediend, behoudens de adviezen van de aangrenzende gemeenten, welke in een termijn van zestig dagen na versturen van de aanvragen overgemaakt worden. Zoniet worden de adviezen gunstig geacht.
§ 4. Elk wat hem betreft, nemen de gemeenteraden definitief het ontwikkelingsplan aan en, in voorkomend geval, heffen ze de plannen en leidraden, vermeld in de lijst bedoeld in paragraaf 3, op. Wanneer het meergemeentelijk ontwikkelingsplan het grondgebied van een gemeente afdekt die onderworpen is aan een gemeentelijk ontwikkelingsplan, heft de gemeenteraad het gemeentelijk ontwikkelingsplan op. Wanneer het meergemeentelijk ontwikkelingsplan een grondgebied afdekt dat reeds onder een ander meergemeentelijk ontwikkelingsplan valt, heft de gemeenteraad, onverminderd artikel D.II.15, § 2, lid 3, laatstgenoemd plan voor dat deel op dat onder het nieuwe meergemeentelijk ontwikkelingsplan valt.
De gemeenteraden belasten het begeleidingscomité ermee, het ontwikkelingsplan en, in voorkomend geval, het milieueffectenverslag en de lijst bedoeld in paragraaf 3, lid 1, samen met de procedurestukken over te maken ... aan het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van de Administratie.
....
§ 5. De beslissing van de gemeenteraad wordt door de Regering goedgekeurd of geweigerd, per besluit verstuurd binnen de honderdenvijf dagen na de ontvangst van het volledig dossier door het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van de Administratie. Het weigeren van de goedkeuring wordt "uitgesproken wegens schending van het Wetboek of wegens een kennelijke beoordelingsfout". De weigering kan worden gemotiveerd door het feit dat het project niet in overeenstemming is met de doelstellingen van het ruimtelijk ontwikkelingsplan, of om opportuniteitsredenen indien deze betrekking hebben op ruimtelijke optimalisatie of op redenen die gericht zijn op de bestrijding van overstromingen. Of om reden van nietinachtneming van één van de voorwaarden van paragraaf 6.
§ 6. Wanneer één of meerdere gemeenteraden het meergemeentelijk ontwikkelingsplan niet hebben aangenomen, kan de Regering na advies van de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening, beslissen om goedkeuring te verlenen aan de beslissing van de gemeenteraad tot definitieve aanneming van het plan voor zover :
1° de meergemeentelijke doelstellingen bedoeld in de artikelen D.II.6, § 2, 1°, en D.II.6/1, § 2, 1°, of bepaald door de Regering krachtens artikel D.II.6/1, § 2, niet bedreigd zijn;
2° de nadere regels bedoeld in paragraaf 1 in acht worden genomen;
3° de gemeentelijke grondgebieden waarop het aangenomen plan van toepassing is aangrenzend zijn en betrekking hebben op het grondgebied of deel ervan, van meerdere gemeenten.
De Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening maakt zijn advies binnen de dertig dagen na versturen van het verzoek van de Regering over. Zoniet wordt het advies van de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening gunstig geacht.
Als het grondgebied waarop het aangenomen plan van toepassing is, enkel het gehele grondgebied van één enkele gemeente afdekt, kan de Regering beslissen om de beslissing van de gemeenteraad en het plan goed te keuren als gemeentelijk ontwikkelingsplan.
§ 7. Zodra de termijn bedoeld in paragraaf 5 verstreken is, wordt het ontwikkelingsplan goedgekeurd geacht en de opheffing van de ontwikkelingsplannen en leidraden bedoeld in paragraaf 4, lid 1, wordt goedgekeurd geacht.
Deze termijn kan bij een met redenen omkleed besluit één keer met dertig dagen verlengd worden.
Als de Regering vaststelt dat het ontwikkelingsplan niet overeenkomstig de paragrafen 5 of 6 goedgekeurd kan worden, kan zij, voor het nemen van haar beslissing, van het begeleidingscomité de documenten vragen tot wijziging van het meergemeentelijk ontwikkelingsplan en, in voorkomend geval, een aanvullend milieueffectenverslag. De procedure tot aanneming van het plan wordt bij de stap hernomen waar de Regering de tekortkomingen heeft vastgesteld.
De in het derde lid bedoelde procedure kan slechts één keer hernomen worden.
De beslissingen van de gemeenteraden en van de Regering worden bekendgemaakt.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2023-12-13/11, art. 21, 035; Inwerkingtreding : 01-04-2024>
- (2)<DWG 2026-03-26/06, art. 147, 039; Inwerkingtreding : 01-04-2026>