CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)
CoDT Art. D.II.64
Afdeling 1. - Gewestplan — Onderafdeling 1. - Bestemming en algemene voorschriften van de gebieden
§ 1. Artikel D.II.25/1 is van toepassing op de recreatiegebieden bedoeld in artikel D.II.27 en op een lijst gezet door de Regering voor zover :
1° ze gedekt is door een vergunning voor groepen van bouwwerken of een bebouwingsvergunning, verstrekt vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek;
2° de wegen en de openbare of gemeenschappelijke ruimten van het gebied onder het publiek domein vallen;
3° het toeristisch verblijf alsook de ambachtelijke activiteiten, de activiteiten van de sociaal-culturele voorzieningen, de inrichtingen van openbare diensten en gemeenschappelijke uitrustingen elkaar aanvullen en onderworpen zijn aan de hoofdwoonbestemming
De gebieden aangewezen overeenkomstig het eerste lid worden onderworpen aan een omkeerbaarheidsclausule van de bestemming als binnen de vijf jaar van de inwerkingtreding van de lijst die hen aanwijst:
1° de gemeente de wegen van het gebied niet heeft overgenomen;
2° de gemeente het gebied niet met water en elektriciteit heeft uitgerust en voldaan heeft aan de voorwaarden inzake zuivering van afvalwater van het Waterwetboek.
Op gemotiveerd verzoek van de gemeente, uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de termijn, kan de Regering de omkeerbaarheidsclausule met vijf jaar verlengen indien zij ervan overtuigd is dat een dergelijke verlenging in het algemeen belang is.
§ 2. De Regering neemt een ontwerp-lijst van de recreatiegebieden aan dat aan de voorwaarden van paragraaf 1 voldoet. Deze ontwerp- lijst bepaalt kleine gebieden op plaatselijk niveau in de zin van artikel D.VIII.31, § 2.
Binnen zes maanden van de kennisgeving van de ontwerp-lijst aan de betrokken gemeenten, richten laatstgenoemden een dossier aan de Regering dat het volgende bevat :
1° de verbintenis van de gemeente om de wegen over te nemen en om ze te rangschikken in het netwerk van gemeentewegen overeenkomstig het decreet;
2° de verbintenis van de gemeente om het gebied met water en elektriciteit uit te rusten en om te voldoen aan de voorwaarden inzake zuivering van afvalwater van het Waterwetboek;
3° het technisch dossier betreffende de wegen en hun uitrusting bedoel in 2°.
Bij gebrek is de gemeente geacht af te zien van de opneming van het betrokken gebied als groen woongebied.
De Regering legt de lijst vast van de recreatiegebieden bedoeld in paragraaf 1.
Binnen de maand van de kennisgeving van de lijst aan de betrokken gemeenten, delen laatstgenoemden aan de betrokken eigenaars of bewoners het volgende mee :
1° de nieuwe bestemming van het gebied;
2° de verplichting om, in voorkomend geval, een aanvraag voor een regularisatievergunning in te dienen overeenkomstig de artikelen D.IV.32 en volgende.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2017-11-16/16, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 17-12-2017>
- (2)<DWG 2023-12-13/11, art. 62, 035; Inwerkingtreding : 01-04-2024>