Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)

CoDT Art. D.II.63

Afdeling 1. - Gewestplan — Onderafdeling 1. - Bestemming en algemene voorschriften van de gebieden

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

In de gewestplannen die in werking waren op datum van inwerkingtreding van dit Wetboek, blijven van toepassing :

1° op het woongebied, het in artikel D.II.24 bedoelde voorschrift;

2° op het woongebied met een landelijk karakter, het in artikel D.II.25 bedoelde voorschrift;

3° op het uitbreidingsgebied van het woongebied en op het woonuitbreidingsgebied met een landelijk karakter en op het uitbreidingsgebied van het verblijfspark, het in artikel D.II.42 bedoelde voorschrift;

4° op het gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorziening, op de militaire domeinen en op de andere gebieden voor openbare nutsvoorzieningen en infrastructuren, het in artikel D.II.26, § 1, bedoelde voorschrift;

5° op de gebieden van centra voor technische ingraving en de aan diens bestemming onttrokken centra voor technische ingraving bedoeld in artikel 63 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, die definitief vastgesteld zijn bij de Regering aan het einde van de procedure voor de opmaking van het plan van de centra voor technische ingraving opgestart vóór 1 maart 1998, het in artikel D.II.26, § 2, bedoelde voorschrift;

6° op het recreatiegebied en het recreatie-uitbreidingsgebied, het in artikel D.II.27 bedoelde voorschrift;

7° op het gebied voor ambachten of kleine en middelgrote ondernemingen, op het uitbreidingsgebied voor ambachten of kleine en middelgrote ondernemingen, op het onderzoeksindustriegebied, op het dienstengebied en op het dienstenuitbreidingsgebied, de in de artikel D.II.28 en D.II.29 bedoelde voorschriften;

8° op het industriegebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.30 bedoelde voorschriften van toepassing;

9° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk "A.E.", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 1, leden 1 en 3;

10° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk "G.D.", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 1, leden 2 en 3;

10° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk "R.M.", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 2;

12° op het industrie-uitbreidingsgebied en het gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting aan een gemeentelijk overleg onderworpen is, de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.32;

13° op het ontginningsgebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.33 bedoelde voorschriften;

14° op het ontginningsuitbreidingsgebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.33 bedoelde voorschriften;

15° op het landelijk gebied en op het landbouwgebied, het in artikel D.II.36 bedoelde voorschrift;

16° op het bosgebied, het in artikel D.II.37 bedoelde voorschrift;

17° op het groengebied en het buffergebied, het in artikel D.II.38 bedoelde voorschrift;

18° op het natuurgebied en op het natuurgebied met een wetenschappelijke waarde, het in artikel D.II.39 bedoelde voorschrift;

19° op het parkgebied, het in artikel D.II.40 bedoelde voorschrift;

20° op de cultureel, historisch of esthetisch waarvolle gebieden en locaties, de in artikel D.II.21, § 2, 4°, bedoelde omtrek met een culturele, historische of esthetische waarde;

21° op het landschappelijk waardevolle gebied, de in artikel D.II.21, § 2, 3°, bedoelde landschappelijk waardevolle omtrek;

22° op het reserverings- en erfdienstbaarheidgebied met betrekking tot het netwerk van grote infrastructuren voor communicatie en vloeistof- en energietransport, de reserveringsomtrek bedoeld in artikel D.II.21, § 1, lid 2;

23° op de omtrek met waardevolle vergezichten, het in artikel D.II.21, § 2, 1°, bedoelde voorschrift;

24° op de omtrek met ecologische doorgangsgebieden, het in artikel D.II.21, § 2, 2°, bedoelde voorschrift;

25° op de landschappelijk waardevolle omtrek, het in artikel D.II.21, § 2, 3°, bedoelde voorschrift;

26° op de omtrek met culturele, historische en esthetische waarde, het voorschrift bedoeld in artikel D.II.21, § 2, 4°;

27° op de omtrek van ontginningsuitbreidingsgebieden, het in artikel D.II.21, § 2, 5°, bedoelde voorschrift;

28° op de reserveringsomtrek met betrekking tot het netwerk van grote infrastructuren voor communicatie en vloeistof- en energietransport, het in artikel D.II.21, § 1, lid 2, bedoelde voorschrift.

Op de andere gebieden, reserveringsomtrekken, geplande trancés, nadere aanwijzingen of overdrukken vermeld in de vigerende gewestplannen zijn de voorschriften betreffende de bestemming die overeenstemt met de op het plan aangegeven grondkleur van toepassing.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2023-12-13/11, art. 61, 035; Inwerkingtreding : 01-04-2024>