CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)
CoDT Art. D.IV.2
TITEL I. - Algemeen — HOOFDSTUK II. DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP. [1 - HANDELINGEN DIE EEN ONTSLUITINGSVERGUNNING OF
§ 1. De bebouwing van een goed, met inbegrip de dienovereenkomstige bevordering of reclame, wordt onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van de bevoegde overheid.
De bebouwing van een goed bestaat in de uitvoering van een stedenbouwkundige conceptie m.b.t. een gezamenlijk project betreffende een goed dat minstens in drie onbebouwde kavels, bestemd voor bewoning, opgedeeld moet worden. Het gezamenlijk project beoogt hoofdzakelijk het optrekken van gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning en, in voorkomend geval, de bouw of de inrichting van openbare of gemeenschappelijke ruimten, technische infrastructuren of gebouwen waarin functies ondergebracht zijn die als aanvulling op de woonfunctie dienen.
De opdeling waarvan sprake is de indeling die uitgevoerd wordt bij iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met uitsluiting van de hypotheek of het onderpand.
Het gezamenlijk project voldoet aan de in het tweede lid bedoelde bestemming zodra meer dan de helft van de gebouwen geheel of gedeeltelijk oor bewoning bestemd zijn.
§ 2. Op voorstel van de aanvrager of van ambtswege kan de overheid die de bebouwingsvergunning verstrekt van de omtrek van de vergunning uitsluiten, alle of sommige kavels die niet geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het optrekken van een woning of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning of die voor die bestemming ongeschikt zijn wegens een technische of een juridische reden of nog die reeds gebouwd of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie in de zin van artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, indien zij acht dat er geen belang is om desbetreffende voorschriften op te leggen.
Verwijst naar
Geciteerd door
- CoDT Art. D.II.57
- CoDT Art. D.IV.28
- CoDT Art. D.IV.28_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE
- CoDT Art. D.IV.28.1_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE
- CoDT Art. D.IV.70_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE
- CoDT Art. D.IV.81
- CoDT Art. D.VI.38
- CoDT Art. D.VI.38_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE
- CoDT Art. D.VII.1
- CoDT Art. D.VII.1_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE
- CoDT Art. D.VIII.6_COMMUNAUTE_GERMANOPHONE