Code wallon du développement territorial - Partie règlementa Art. R.VI.50-1
Afdeling 1. - Gewestelijke retributie — Onderafdeling 1. - Grondslag, vrijstellingen en opschortingen
§ 1. De belastingplichtige die de belasting wenst te verminderen, moet de verklaring op erewoord ten belope van het bedrag van de te verrichten investering en het financieel plan aan het personeelslid van niveau A dat verantwoordelijk is voor het Departement Vestiging en Controle Belastingen van het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst, of aan het personeelslid dat deze functie uitoefent, of aan het personeelslid dat hij heeft gedelegeerd, overmaken na ontvangst van de vergunning bedoeld in artikel D.VI.48, eerste lid, 2°, tweede streepje, en uiterlijk 60 dagen na ontvangst van de vergunning op straffe van het verliezen van zijn vermindering; hij voegt een afschrift van de vergunning en van de plannen bij. Voor de verklaring op erewoord wordt gebruik gemaakt van het formulier in bijlage 28. De Minister kan bijlage 28 wijzigen.
Het financieringsplan bevat het gedetailleerde provisionele bedrag van de te verrichten investering en informatie over de financieringsbronnen ervan. Het financieringsplan wordt uitsluitend gebaseerd op het project waarop de afgegeven vergunning betrekking heeft en wordt, in voorkomend geval, verdeeld tussen de percelen of delen van percelen waarvoor de verandering van bestemming geldt en die waarvoor deze niet geldt; deze verdeling moet worden toegelicht en gemotiveerd.
§ 2. Overeenkomstig artikel D.VI.50, § 3, eerste lid, wordt, wanneer het toegestane project wordt uitgevoerd op verschillende percelen of delen van percelen die genieten van de bestemmingswijziging, de vermindering in mindering gebracht op het totale bedrag dat de schuldenaar voor alle betrokken percelen of delen van percelen verschuldigd is, ongeacht de verdeling op grond van de uit te voeren handelingen en werken.
§ 3. Wanneer het personeelslid bedoeld in het eerste lid het financieel plan niet overtuigend heeft bevonden en de belasting daardoor niet wordt verlaagd, voegt hij bij het aanslagbiljet een verklaring van de reden of redenen waarom hij van mening was dat het document niet overtuigend is. Een financieel plan is niet overtuigend wanneer het te kort of onrealistisch is.
§ 4. Zodra het bedrag van de investering die aanleiding gaf tot de vermindering van de belasting, is geïnvesteerd en uiterlijk bij het verstrijken van de termijn van tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de belasting verschuldigd is, zendt de belastingplichtige het bewijs van de investering aan het personeelslid bedoeld in het eerste lid.
Deze bewijsstukken bestaan uit de betaling van de facturen voor aankopen, studies, handelingen en werken die nodig zijn voor het in lid 2 bedoelde project en die daadwerkelijk zijn uitgevoerd op de percelen of delen van percelen waarvoor de verandering van bestemming geldt.
Indien het bedrag van de investering die aanleiding heeft gegeven tot de belastingvermindering niet volledig gerechtvaardigd is, wordt het bedrag van de verleende vermindering bij de belastingbetaler in gelijke mate teruggevorderd.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij BWG 2019-05-09/32, art. 27, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2019>
Verwijst naar
- Code wallon du développement territorial - Partie règlementa Art. D.VI.48
- Code wallon du développement territorial - Partie règlementa Art. D.VI.50