Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 2.2.5.11
HOOFDSTUK 5. - Scheepszekerheidsrechten — Afdeling 2. - Scheepsvoorrangsrechten
Kosten waarvoor een scheepsvoorrangsrecht geldt
§ 1. In geval van uitvoerend beslag op een zeeschip worden de aan de overheid verschuldigde gerechtskosten en de in de laatste haven gemaakte kosten van bewaking en behoud, evenals de desgevallend door de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever aangewezen aan de overheid verschuldigde kosten, uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen, op voorwaarde dat deze gerechtskosten en kosten :
1° werden gemaakt vanaf het bevel tot betaling, tenzij in geval van omzetting van een bewarend beslag, in welk geval de kosten vanaf dat laatste beslag in aanmerking komen;
2° betrekking hadden op het in beslag genomen zeeschip;
3° werden gemaakt in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers; en
4° noodzakelijk waren met het oog op de verkoop, de rangregeling en de verdeling van de opbrengst.
§ 2. Onder de in de eerste paragraaf bedoelde kosten kunnen onder meer vallen :
1° de kosten van het eerste bewarend beslag op het betrokken zeeschip;
2° de kosten van een gerechtelijk sekwester;
3° de kosten van berging, onderhoud en herstelling van het betrokken zeeschip;
4° de kosten van de levering van verbruiksgoederen met het oog op het verblijf in de haven;
5° de bedragen die aan de gezagvoerder en de bemanningsleden verschuldigd zijn in verband met hun werkzaamheden aan boord van het betrokken zeeschip in de haven, met inbegrip van de aan deze personen verschuldigde terugbetalingen van in deze paragraaf bedoelde kosten en van repatriëringskosten;
6° de kosten van het in de haven aan boord plaatsen van personen ter vervanging van de kapitein of de bemanning en teneinde het zeeschip te bewaken of manoeuvres uit te voeren;
7° de verzekeringspremies voor de periode van het verblijf in de haven tot aan de gedwongen verkoop.
§ 3. Onder de in de eerste paragraaf bedoelde kosten vallen in geen geval :
1° de kosten van een opgeheven bewarend beslag;
2° de kosten van een bewarend beslag gelegd na het eerste bewarend beslag;
3° de kosten om een uitvoerbare titel te bekomen;
4° de kosten in verband met scheepstoebehoren dat zich niet meer aan boord bevindt, tenzij wanneer deze werden gemaakt in het raam van onderhoud of herstelling van het zeeschip;
5° de kosten gemaakt met het oog op het gebruik van het zeeschip na de gedwongen verkoop;
6° de verzekeringspremies voor de periode na de gedwongen verkoop.