Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 2.2.6.33
HOOFDSTUK 6. - Scheepsbeslag — Afdeling 2. - Uitvoerend scheepsbeslag
Betekening en aanzegging van het beslag
§ 1. Een afschrift van het beslagexploot wordt terstond aan boord van het schip betekend aan de gezagvoerder of, bij diens afwezigheid, aan de hoogst in rang aan boord aanwezige officier. Zo de betekening niet op die wijze kan geschieden, bestaat de betekening in de terhandstelling van het afschrift aan de Procureur des Konings in wiens rechtsgebied het schip zich bevindt.
De betekening geldt als verbod tot afvaart van het schip. Een schip waarop beslag is gelegd kan evenwel binnen dezelfde haven worden verplaatst op bevel van de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden. Dit bevel moet worden bezorgd aan de rechter die, in voorkomend geval, de machtiging bedoeld in artikel 2.2.6.4 heeft gegeven.
Het beslag kan worden aangeplakt op de meest in het oog vallende of andere geschikte plaatsen aan boord of aan wal.
§ 2. Binnen drie dagen na de betekening bedoeld in paragraaf 1, wordt het beslag bovendien betekend aan de scheepseigenaar en aan de schuldenaar, indien het in beslag genomen schip zijn eigendom niet is.
§ 3. De in paragrafen 1 en 2 bepaalde formaliteiten en termijnen worden in acht genomen op straffe van nietigheid.
§ 4. De voorgaande paragrafen verhinderen niet dat het beslag bovendien wordt betekend aan de reder, de scheepsgebruiker, de bewaker bedoeld in artikel 2.2.6.34 of de scheepsagent.
§ 5. Het beslag wordt aangezegd :
1° naar keuze van de beslaglegger, aan de Scheepvaartpolitie of de Scheepvaartcontrole;
2° de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden.
De in het vorige lid bedoelde aanzegging vermeldt dat zij geldt als aanmaning de afvaart van het in beslag genomen schip te beletten.