Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 2.6.1.45
Deel A van de ISPS-Code en de bepalingen van punt 15.3 tot en met 15.16 van Deel B van de ISPS-Code. — Titel VIII van boek III van het Burgerlijk Wetboek en titel 4 van boek X van het Wetboek van economisch recht
Brandstof
§ 1. De bevrachter en de vervrachter moeten bij levering respectievelijk teruggave of beëindiging van elkaar de aan boord aanwezige brandstof overnemen en die betalen.
§ 2. De brandstoftanks van het zeeschip staan ter beschikking van de bevrachter.
§ 3. De vervrachter mag de bevrachter niet onredelijk weigeren om brandstof in te nemen voor de levering, voor zover dat in de aanloophavens mogelijk is en het normale scheepsbedrijf niet hindert, en op voorwaarde dat de bevrachter alle kosten en schade op zich neemt.
Onder dezelfde voorwaarden mag de bevrachter de vervrachter niet onredelijk weigeren om brandstof in te nemen voor de teruggave.
§ 4. De hoofdwerktuigkundige moet tijdens de brandstofinname samenwerken met de brandstofagenten en leveranciers.
De brandstofstalen moeten worden genomen overeenkomstig de toepasselijke resoluties en richtsnoeren van de IMO.
De bevrachter staat ervoor in dat de brandstofleveranciers aan het vorige lid voldoen.
Brandstoffen met verschillende eigenschappen moeten in gescheiden tanks worden opgeslagen.
§ 5. De bevrachter moet het zeeschip voorzien van geschikte brandstof van de overeengekomen hoedanigheid.
§ 6. De bevrachter is aansprakelijk voor de schade die de vervrachter lijdt ingevolge het aan boord nemen van brandstof die ongeschikt is of niet de overeengekomen hoedanigheid bezit, inbegrepen voor het verwijderen van deze brandstof en de vervanging ervan. De vervrachter is niet aansprakelijk voor vermindering van de snelheid, verhoogd verbruik, verloren tijd of andere gevolgen.
§ 7. De bevrachter moet brandstof aan boord nemen van een hoedanigheid die toelaat de bij of krachtens het MARPOL-Verdrag vastgestelde zwavelgehalteregels na te leven en staat ervoor in dat de door hem ingezette brandstofleveranciers, bunkerschipexploitanten en deskundigen de toepasselijke regels en richtsnoeren naleven; hij vrijwaart de vervrachter tegen elke aansprakelijkheid en bestraffing.
De vervrachter waarborgt dat het zeeschip in staat is om de toepasselijke zwavelgehalteregels na te leven.
§ 8. Bij teruggave moet het zeeschip voorzien zijn van brandstof van dezelfde hoedanigheid en ongeveer dezelfde hoeveelheid als bij levering, met dien verstande dat het zeeschip steeds de meest nabije haven moet kunnen bereiken waar geschikte brandstof beschikbaar is.