Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 3.3.3.10
HOOFDSTUK 3. - Beperking van Aansprakelijkheid — Afdeling 3. - Aansprakelijkheidsgrenzen
Algemene aansprakelijkheidsgrenzen
§ 1. De aansprakelijkheidsgrenzen voor andere vorderingen dan die genoemd in de artikel 3.3.3.11 en 3.3.3.12, die voortkomen uit eenzelfde gebeurtenis, worden als volgt berekend :
1° met betrekking tot vorderingen ter zake van dood of letsel :
a) voor een schip, niet bestemd voor het vervoer van goederen, in het bijzonder een passagiersschip, 400 rekeneenheden per kubieke meter waterverplaatsing tot het vlak van de grootste toegelaten diepgang, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 1.400 rekeneenheden voor elke KW van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
b) voor een schip dat is bestemd voor het vervoer van goederen, 400 rekeneenheden per ton laadvermogen van het schip, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 1.400 rekeneenheden voor elke KW van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
c) voor een duw- of sleepboot, 1.400 rekeneenheden voor elke KW van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
d) voor een duwboot die op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt, hecht met duwbakken in een duweenheid was gekoppeld, wordt de overeenkomstig de bepaling onder c) berekende aansprakelijkheidsgrens vermeerderd met 200 rekeneenheden per ton laadvermogen van de geduwde bakken; deze vermeerdering vindt niet plaats, indien bewezen wordt dat de duwboot hulp heeft verleend aan een of meer van deze duwbakken;
e) voor een schip voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen, dat op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt, andere hecht met dit schip gekoppelde schepen voortbeweegt, wordt de overeenkomstig de bepalingen onder a), b) of c) berekende aansprakelijkheidsgrens vermeerderd met 200 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van de andere schepen; deze vermeerdering vindt niet plaats, indien bewezen wordt dat dit schip hulp heeft verleend aan een of meer van de gekoppelde schepen;
f) voor drijvende en verplaatsbare werktuigen en materiaal, hun waarde op het tijdstip van het voorval;
2° met betrekking tot alle andere vorderingen, de helft van de overeenkomstig het 1° berekende aansprakelijkheidsgrens;
3° wanneer de aansprakelijkheidsgrens, berekend overeenkomstig het 1°, onvoldoende is voor de volledige voldoening van de daarin genoemde vorderingen, is de aansprakelijkheidsgrens berekend overeenkomstig het 2° beschikbaar voor de voldoening van het onbetaalde saldo van de onder het 1° genoemde vorderingen en deelt dit onbetaalde saldo naar evenredigheid mee met de onder het 2° genoemde vorderingen;
4° in geen geval kunnen de aansprakelijkheidsgrenzen lager zijn dan 400.000 rekeneenheden met betrekking tot vorderingen ter zake van dood of letsel en dan 200.000 rekeneenheden met betrekking tot alle andere vorderingen.
§ 2. De in paragraaf 1, 4°, genoemde aansprakelijkheidsgrenzen zijn eveneens van toepassing op een berger die hulp verleent aan een binnenschip en die geen werkzaamheden verricht vanaf een binnenschip of zeeschip of op een berger die uitsluitend werkzaamheden verricht aan boord van het binnenschip waaraan hij hulp verleent.